Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 7 februari 1941 (gebaseerd op het stempel "M. 1941" en de handgeschreven notitie "7/2"). J.M. Keus, wonende aan de Van Ostadestraat 111 (bel-etage) te Amsterdam. № 90 / 7 / 1 M. 1941 7/2
Geachte Mijnheer
daar er geen handel is en ik naar
frankrijk gaat zou ik uw beleefd
vragen of uw de plaats van
mijn die op mijn vrouw naam
staat Toet, Keus. zou willen
open houden voor mijn als ik
weer terug kom en er weer wat
handel is Zoo Uw weet is het
haring handel dus er is niets
nog voor mij noch voor mijn
vrouw.
in voorbaat mijn
Dank.
st Markplaats Mosplein.
Hoogachtend.
J M Keus
Van Ostadestraat 111
bel et. * Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige, ietwat archaïsche stijl met verschillende grammaticale fouten (bijv. "ik ... gaat", "uw" in plaats van "u", "vrouw naam" in plaats van "vrouws naam"). Dit wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse.
* Namen: De namen "Toet" en "Keus" zijn zeer typerend voor vissersgemeenschappen (zoals Scheveningen). Dit sluit naadloos aan bij de vermelde "haring handel". De standplaats staat blijkbaar op naam van de echtgenote (meisjesnaam Toet, getrouwde naam Keus).
* Locatie: De afzender woont in de Pijp (Van Ostadestraat), maar heeft een standplaats op het Mosplein in Amsterdam-Noord. "bel et." staat voor bel-etage.
* Kern van het verzoek: Vanwege de oorlogsomstandigheden ("geen handel") besluit de afzender naar Frankrijk te gaan. Hij vraagt de autoriteiten om de standplaats niet aan een ander te vergeven, zodat hij zijn nering kan hervatten zodra hij terugkeert en de handel weer aantrekt. De brief dateert van februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De visserij en de haringhandel werden zwaar getroffen door de oorlog; de Noordzee was grotendeels verboden terrein vanwege mijnen en militaire operaties. Hierdoor ontstond schaarste en werkloosheid onder haringverkopers.
Het vertrek naar Frankrijk in 1941 is opvallend. Mogelijk vertrok Keus voor werk (al dan niet vrijwillig in het kader van de visserij of civiele arbeid), of wellicht om elders zijn geluk te beproeven in een sector die minder platlag dan de Amsterdamse haringhandel. De brief illustreert de persoonlijke en economische onzekerheid van kleine zelfstandigen in het eerste volledige oorlogsjaar.
Samenvatting
- Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige, ietwat archaïsche stijl met verschillende grammaticale fouten (bijv. "ik ... gaat", "uw" in plaats van "u", "vrouw naam" in plaats van "vrouws naam"). Dit wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse.
- Namen: De namen "Toet" en "Keus" zijn zeer typerend voor vissersgemeenschappen (zoals Scheveningen). Dit sluit naadloos aan bij de vermelde "haring handel". De standplaats staat blijkbaar op naam van de echtgenote (meisjesnaam Toet, getrouwde naam Keus).
- Locatie: De afzender woont in de Pijp (Van Ostadestraat), maar heeft een standplaats op het Mosplein in Amsterdam-Noord. "bel et." staat voor bel-etage.
- Kern van het verzoek: Vanwege de oorlogsomstandigheden ("geen handel") besluit de afzender naar Frankrijk te gaan. Hij vraagt de autoriteiten om de standplaats niet aan een ander te vergeven, zodat hij zijn nering kan hervatten zodra hij terugkeert en de handel weer aantrekt.
Historische Context
De brief dateert van februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De visserij en de haringhandel werden zwaar getroffen door de oorlog; de Noordzee was grotendeels verboden terrein vanwege mijnen en militaire operaties. Hierdoor ontstond schaarste en werkloosheid onder haringverkopers.
Het vertrek naar Frankrijk in 1941 is opvallend. Mogelijk vertrok Keus voor werk (al dan niet vrijwillig in het kader van de visserij of civiele arbeid), of wellicht om elders zijn geluk te beproeven in een sector die minder platlag dan de Amsterdamse haringhandel. De brief illustreert de persoonlijke en economische onzekerheid van kleine zelfstandigen in het eerste volledige oorlogsjaar.