Brief (doorslag/kopie)
Origineel
Brief (doorslag/kopie) 17 april 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie) den Heer B. Heuvelink, Pr. Julianastraat 29, Castricum [Handgeschreven, blauw potlood:] extra
[Rechtsboven:] HG.
den Heer B.Heuvelink,
Pr.Julianastraat 29,
C A S T R I C U M.
90/14/2 M. 17 April 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 Maart jl. verleen
ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw
verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Mosplein te bezet-
ten. U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, In deze zakelijke brief krijgt de heer B. Heuvelink uit Castricum officieel bericht dat hij gedurende drie maanden niet verplicht is zijn standplaats op de markt aan het Mosplein in te nemen. Dit uitstel is verleend naar aanleiding van een verzoek van Heuvelink zelf van enkele weken daarvoor.
Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn om zijn recht op de standplaats te behouden, wordt er een strikte voorwaarde gesteld: het wekelijks verschuldigde marktgeld moet zonder onderbreking worden doorbetaald aan de dienstdoende marktambtenaar. De brief illustreert de formele omgang tussen marktkooplieden en het gemeentelijk marktwezen in die tijd. De brief dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het Mosplein is een bekend plein in Amsterdam-Noord waar een belangrijke markt werd (en wordt) gehouden.
Het feit dat de ontvanger in de Pr. Julianastraat (Prinses Julianastraat) woont, is historisch interessant: later in de bezettingstijd werden straatnamen die verwezen naar levende leden van het Koninklijk Huis door de bezetter verboden en hernoemd. In april 1941 was dit proces blijkbaar nog niet voltooid of was dit document een interne administratieve kopie waarbij de oude adressering werd aangehouden. De noodzaak voor uitstel van marktplicht kon in oorlogstijd diverse oorzaken hebben, variërend van transportproblemen vanuit Castricum tot schaarste aan goederen. B. Heuvelink Marktwezen
Samenvatting
In deze zakelijke brief krijgt de heer B. Heuvelink uit Castricum officieel bericht dat hij gedurende drie maanden niet verplicht is zijn standplaats op de markt aan het Mosplein in te nemen. Dit uitstel is verleend naar aanleiding van een verzoek van Heuvelink zelf van enkele weken daarvoor.
Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn om zijn recht op de standplaats te behouden, wordt er een strikte voorwaarde gesteld: het wekelijks verschuldigde marktgeld moet zonder onderbreking worden doorbetaald aan de dienstdoende marktambtenaar. De brief illustreert de formele omgang tussen marktkooplieden en het gemeentelijk marktwezen in die tijd.
Historische Context
De brief dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het Mosplein is een bekend plein in Amsterdam-Noord waar een belangrijke markt werd (en wordt) gehouden.
Het feit dat de ontvanger in de Pr. Julianastraat (Prinses Julianastraat) woont, is historisch interessant: later in de bezettingstijd werden straatnamen die verwezen naar levende leden van het Koninklijk Huis door de bezetter verboden en hernoemd. In april 1941 was dit proces blijkbaar nog niet voltooid of was dit document een interne administratieve kopie waarbij de oude adressering werd aangehouden. De noodzaak voor uitstel van marktplicht kon in oorlogstijd diverse oorzaken hebben, variërend van transportproblemen vanuit Castricum tot schaarste aan goederen.