Administratief bijblad / interne ambtelijke correspondentie.
Origineel
Administratief bijblad / interne ambtelijke correspondentie. 1 april 1941 tot 9 april 1941. [Linksboven, in stempelkader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/14/1 1941
DOORGEZONDEN: 1/4 - '41
[Rechtsboven]
406
[Midden boven]
B. Heuvelink pl. 29 Mosplein
Artikel: Wol
[Hoofdtekst, eerste handschrift]
Aan den Heer
Inspecteur
De plaatsen op het Mosplein Noordkant
zijn erg gewild. Heuvelink moet
m.i. zijn plaats bezetten of anders
opzeggen.
[Rechts in de kantlijn]
Th. Dijkema
advies
2-4-'41
[Midden]
Amsterdam
April 1941.
[Onderste tekstblok, tweede handschrift]
Het verzoek van B. Heuvelink
dient m/i te worden afgewezen.
Heuvelink dient zijn plaats
op de markt Mosplein geregeld d.w.z. drie maal
in de vier weken in te nemen, daar anders de
plaats wordt ingetrokken.
(Zie rapport Marktambtenaar)
[Onderaan rechts]
9-4-'41
[Paraaf/Handtekening] Dit document geeft een inkijkje in de strikte ambtelijke handhaving van de marktvoorschriften in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.
* De kern van de zaak: Marktkoopman B. Heuvelink heeft een standplaats (nummer 29) op het Mosplein voor de verkoop van wol. Omdat de plekken op deze locatie "erg gewild" zijn, wordt er door de inspectie streng toegezien op het daadwerkelijke gebruik ervan.
* Procedure: Na een eerste signaal op 1 april volgt op 2 april een advies van Th. Dijkema. Uiteindelijk valt op 9 april de beslissing.
* De sanctie: Heuvelink krijgt een ultimatum. Hij moet minimaal drie van de vier weken aanwezig zijn op de markt. Voldoet hij hier niet aan, dan wordt zijn vergunning ("de plaats") ingetrokken. Het besluit is gebaseerd op een rapport van een marktambtenaar, wat duidt op actieve controle op de marktvloer. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was in 1941 een belangrijk lokaal handelscentrum. Ten tijde van de oorlog (april 1941) was er sprake van toenemende schaarste en distributiebonnen. Wol was een schaars goed geworden. De overheid wilde voorkomen dat marktplaatsen onbenut bleven terwijl andere handelaren stonden te wachten op een plek. De term "m.i." (mijns inziens) duidt op de persoonlijke beoordeling van de betrokken ambtenaren binnen de geldende kaders van het Marktwezen. B. Heuvelink De plaatsen (Inspecteur) M. No Marktwezen
Samenvatting
Dit document geeft een inkijkje in de strikte ambtelijke handhaving van de marktvoorschriften in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.
* De kern van de zaak: Marktkoopman B. Heuvelink heeft een standplaats (nummer 29) op het Mosplein voor de verkoop van wol. Omdat de plekken op deze locatie "erg gewild" zijn, wordt er door de inspectie streng toegezien op het daadwerkelijke gebruik ervan.
* Procedure: Na een eerste signaal op 1 april volgt op 2 april een advies van Th. Dijkema. Uiteindelijk valt op 9 april de beslissing.
* De sanctie: Heuvelink krijgt een ultimatum. Hij moet minimaal drie van de vier weken aanwezig zijn op de markt. Voldoet hij hier niet aan, dan wordt zijn vergunning ("de plaats") ingetrokken. Het besluit is gebaseerd op een rapport van een marktambtenaar, wat duidt op actieve controle op de marktvloer.
Historische Context
Het Mosplein in Amsterdam-Noord was in 1941 een belangrijk lokaal handelscentrum. Ten tijde van de oorlog (april 1941) was er sprake van toenemende schaarste en distributiebonnen. Wol was een schaars goed geworden. De overheid wilde voorkomen dat marktplaatsen onbenut bleven terwijl andere handelaren stonden te wachten op een plek. De term "m.i." (mijns inziens) duidt op de persoonlijke beoordeling van de betrokken ambtenaren binnen de geldende kaders van het Marktwezen.