Handgeschreven ambtelijk verslag/notitie van een verhoor op het hoofdkantoor.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk verslag/notitie van een verhoor op het hoofdkantoor. 2 juli 1941 (datumstempel onderaan). Vermeldt gebeurtenissen vanaf 12 januari 1941 en een rapport van 27 mei 1941. Sigaren makers.
Naar aanleiding van het rapport
v. Leeuwen dd 27 mei 1941 werd
J. Stouwer heden op het hoofdkantoor
gehoord.
Hij verklaarde dat hij op 12 Januari 1941
ernstig ziek was geworden (darmbloeding)
en van dien datum af rust heeft moeten houden.
Hij heeft slechts 1 vaste hulp in dienst.
(Hr. M. Schoolmeester).
Omdat hij zelf niet in staat was om te werken
(hij is dit tot heden nog niet) heeft hij zich
laten bijstaan door een losse kracht
(Rs. Aalderen)
Stouwer heeft in huur afdeeling 124 C
samen met G.M. Berkelman.
In zijn contract is bepaald dat de huur-
prijs voor deze samenhuur is ~~bepaald~~ vastgesteld
op f 4.50 per week en voorts dat zij samen
in totaal niet meer dan 2 hulpkrachten
mogen hebben.
Het geval : vervanging voor ziekte
wordt in het contract niet voorzien.
Intusschen werkt Berkelman niet meer
in de afdeeling die hij met Stouwer heeft
gehuurd doch heeft tijdelijk de werkplaats
141 C. in gebruik omdat deze werkplaats door
ziekte van J. Waas niet gebruikt wordt. - 2 JULI 1941 Dit document betreft een administratieve kwestie rondom de huurvoorwaarden en de personele bezetting van sigarenmakers in een fabrieks- of gilde-omgeving. De kern van het probleem is een contractuele beperking: huurders J. Stouwer en G.M. Berkelman mogen gezamenlijk niet meer dan twee hulpkrachten in dienst hebben in hun gehuurde ruimte (124 C).
Door de langdurige ziekte van Stouwer (darmbloeding sinds januari 1941) is hij gedwongen een vervanger (Aalderen) in te huren naast zijn vaste hulp (Schoolmeester). Hoewel dit logisch lijkt voor de continuïteit, voorziet het contract niet in regels voor tijdelijke vervanging bij ziekte. De situatie wordt pragmatisch opgelost doordat medehuurder Berkelman tijdelijk is uitgeweken naar een andere lege werkplek (141 C), die vrijkwam door de ziekte van een derde partij, J. Waas.
De tekst is een voorbeeld van strikte bureaucratische controle op arbeidsverhoudingen en ruimtegebruik tijdens de vroege oorlogsjaren. Het document dateert van juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de tabaksindustrie nog volop actief, maar stond deze onder toenemende druk van regelgeving en schaarste. De genummerde afdelingen (124 C, 141 C) wijzen op een grote productiefaciliteit, mogelijk in een centrum van de sigarenindustrie zoals de regio Eindhoven (de Kempen) of Kampen.
De administratieve toon is typerend voor de Nederlandse bureaucratie die, zelfs onder bezetting, nauwgezet de naleving van contracten en reglementen bleef controleren. Opmerkelijk is de sociale kwetsbaarheid van de werklieden: ziekte leidde direct tot contractuele complicaties en de noodzaak om op eigen kosten vervanging te regelen om de huur en de productieplaats te behouden.