Archiefdocument
Origineel
19 januari 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) den Heer D. Vischjager, Nieuwe Prinsengracht 90, Amsterdam-Centrum 25/3/3 M. verzonden 19/1 M. de Waal
VP/G.
19 Januari 1939.
den Heer D.Vischjager,
Nieuwe Prinsengracht 90,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 Januari jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Mynerzyds bestaat geen bezwaar U tydelyk - en wel gedurende ten hoogste één maand na dato dezes - toe te staan Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat niet te bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tydens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld regelmatig wordt betaald. Bovendien moet U onverwyld het achterstallige marktgeld aanzuiveren, by gebreke waarvan Uw plaats zal worden ingetrokken, op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
Indien Uw zoon den achttienjarigen leeftyd heeft bereikt, kan hy desgewenscht een losse plaats op de markt bezetten; indien hy meerderjarig is, kan hy zich als sollicitant voor een vaste plaats laten inschryven.
De Directeur, De brief is een zakelijke en dwingende afwijzing van een verzoek dat door de heer Vischjager was ingediend. Hoewel de aard van het oorspronkelijke verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de context dat het ging om een regeling rondom zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt.
De belangrijkste besluiten in de brief zijn:
* Gedeeltelijk uitstel: De marktkoopman krijgt slechts toestemming om voor maximaal één maand afwezig te zijn, op voorwaarde dat hij de verschuldigde gelden blijft betalen.
* Schuldvordering: Er is sprake van achterstallig marktgeld dat "onverwyld" (direct) betaald moet worden op straffe van intrekking van de vergunning.
* Opvolging/Gezinsleden: De directeur wijst op de regels voor de zoon van de geadresseerde. Hieruit blijkt de strikte scheiding tussen een "losse plaats" (voor 18-plussers) en een "vaste plaats" (waarvoor men destijds meerderjarig, dus 21 jaar, moest zijn). Het document biedt een inkijkje in de marktadministratie van Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was op dat moment reeds een centrale plek in de stad. De naam 'Vischjager' en de locatie 'Nieuwe Prinsengracht' suggereren een connectie met de Amsterdamse Joodse gemeenschap, die destijds een groot aandeel had in de markthandel.
De gehanteerde spelling (met de 'y' in plaats van 'ij' in woorden als mynerzyds en tydelyk) was in de jaren '30 gebruikelijk in ambtelijke correspondentie. De toon van de brief is strikt bureaucratisch en laat weinig ruimte voor persoonlijke omstandigheden, wat typerend is voor de verhouding tussen overheid en burger in die periode. D. Vischjager M. de Waal