Dienstbrief / Formele correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Formele correspondentie. 19 september 1941. Gemeentelijk Materialenbureau, Amsterdam. Ondertekend door P. de Kruijff (Het Hoofd). Den Heer Directeur v/h Marktwezen, Amsterdam (Alhier). [Stempel/Handschrift bovenin:] No 100/10/5 M. 1941 20/9
[Briefkop:]
Telefoon 43321, 43130
Toestellen 568, 569, 576
No. 25/18 G.M.B.
Bijlagen: div.
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
Amsterdam, 19 Sept. 1941
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)
Aan: den Heer Directeur v/h Marktwezen,
Alhier.
[Handgeschreven in rood:] m.i. v. Jonkman [gevolgd door een verticaal streepje/cijfer]
[Body tekst:]
Bijgaand doe ik U toekomen een viertal formulieren van de Rijksbureaux voor Rubber en voor Oude Materialen en Afvalstoffen, Afd. Bandeninzameling.
Ik verzoek U beleefd formulier B 11 ingevuld en onderteekend zoo spoedig mogelijk in duplo aan mijn Bureau te retourneeren.
Uw bezwaren tegen een eventueele verkoopsplicht van nog bruikbare of bruikbaar te maken auto- en/of motor- binnen- en/of buitenbanden gelieve U gelijktijdig mede te deelen.
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
[Handtekening:] P. de Kruijff
[Linksonder:] 2000-6-'41
[Rechtsonder handgeschreven:] loo Dit document is een ambtelijke brief waarin het Gemeentelijk Materialenbureau van Amsterdam instructies geeft aan de directeur van het Marktwezen met betrekking tot de inzameling van rubberen banden.
De kernpunten zijn:
1. Administratieve verplichting: Er worden formulieren (inclusief formulier B 11) meegeleverd die namens de Rijksbureaux ingevuld en ondertekend moeten worden teruggestuurd.
2. Schaars materiaal: De focus ligt specifiek op autobanden en motorbanden (zowel binnen- als buitenbanden).
3. Dwangmaatregel: De brief spreekt expliciet over een "eventueele verkoopsplicht". Dit betekent dat de overheid de macht heeft om bruikbaar materiaal op te eisen tegen een vastgestelde vergoeding, ongeacht of de eigenaar het wil houden.
De taal is formeel-zakelijk ("doe ik U toekomen", "beleefd verzoek", "in duplo"), typerend voor de Nederlandse bureaucratie uit die periode. De datum, 19 september 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er een nijpend tekort aan grondstoffen.
- Rijksbureaux: Dit waren distributie- en controleorganen die door de bezetter en de Nederlandse overheid waren ingesteld om de schaarse voorraden (zoals rubber, metaal en textiel) te beheren voor de oorlogseconomie.
- Grondstoffenschaarste: Rubber was een cruciaal militair goed. De inzameling van oude en nieuwe banden was een prioriteit om het Duitse oorlogsapparaat te ondersteunen of om de meest essentiële civiele diensten draaiende te houden.
- Gemeentelijke rol: Gemeentelijke instanties zoals het Materialenbureau fungeerden als uitvoeringsorganen voor de richtlijnen die door de centrale Rijksbureaux werden uitgevaardigd.
- Verkoopsplicht: Dit was een eufemisme voor de vordering van goederen. Burgers en instanties werden gedwongen hun bezit af te staan, een proces dat in de loop van de oorlog steeds agressiever werd. P. de Kruijff Marktwezen