Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 339
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("BIJBLAD VAN").

Dossier: 14, 25

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("BIJBLAD VAN"). [Links boven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25 / 16 / 1 193.9
DOORGEZONDEN: 3/2

[Handgeschreven tekst rechts:]
D.J. Heitz, pl. no 98 Alb. Cuyp,
heeft den marktambtenaar
medegedeeld (of laten mededeelen),
dat hij steun genoot. Nu
dit niet juist blijkt te zijn,
dient Heitz m.i. bericht te
worden, dat de marktplaats
zal worden ingetrokken, tenzij
H. alsnog het achterstallige
marktgeld betaalt. [paraaf] 4/2 '39

[Handgeschreven tekst links onder het kader:]
Spoed
Aan D.J. Heitz
moet m.i. worden
bericht dat zijn
verzoek om uitstel
in het bezetten van
zijn plaats op de
markt aan de
Alb. Cuypstraat,
niet kan worden
ingewilligd.
8/2-'39 [paraaf]

[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
6-2-39
delleen
7 x f 1.35 !!
5 25 / 16 / 2
[paraaf] Dit document betreft een administratieve afhandeling rondom een marktkraamhouder, de heer D.J. Heitz, die standplaats nummer 98 op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam bezet. Uit de notities blijkt een conflict over de status van de koopman en de betaling van het marktgeld.

De kern van de zaak is dat de heer Heitz aan een marktambtenaar zou hebben doorgegeven dat hij een steunuitkering ontving. Bij controle bleek deze bewering onjuist te zijn. Omdat er sprake is van achterstallig marktgeld (gespecificeerd als "7 x f 1.35"), wordt er geadviseerd om zijn standplaats in te trekken, tenzij hij direct betaalt.

Tegelijkertijd is er een verzoek van Heitz binnengekomen om uitstel voor het bezetten van zijn plaats. Dit verzoek wordt met "Spoed" behandeld en afgewezen, vermoedelijk vanwege de eerdere onjuiste informatie over zijn financiële situatie en de opgelopen betalingsachterstand. De notitie bevat diverse parafen en data die wijzen op een snelle interne correspondentie tussen ambtenaren in februari 1939. De Albert Cuypmarkt was in 1939 al een centrale en drukke markt in Amsterdam. Het beheer van dergelijke markten was een strikt gereguleerde aangelegenheid van de gemeente (Afdeling Algemene Zaken). Standplaatshouders waren verplicht wekelijks marktgeld te betalen.

De vermelding van "steun" (werkloosheidsuitkering) is typerend voor de late jaren '30, de periode na de Grote Depressie. Voor kooplieden die in financiële nood verkeerden, bestonden soms regelingen, maar fraude of het verstrekken van onjuiste informatie werd door de marktmeesters en de gemeentelijke administratie streng gesanctioneerd met de intrekking van de vergunning. Dit document geeft een inkijkje in de strenge handhaving en de bureaucratische processen van het Amsterdamse marktwezen vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. D.J. Heitz M. No Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve afhandeling rondom een marktkraamhouder, de heer D.J. Heitz, die standplaats nummer 98 op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam bezet. Uit de notities blijkt een conflict over de status van de koopman en de betaling van het marktgeld.

De kern van de zaak is dat de heer Heitz aan een marktambtenaar zou hebben doorgegeven dat hij een steunuitkering ontving. Bij controle bleek deze bewering onjuist te zijn. Omdat er sprake is van achterstallig marktgeld (gespecificeerd als "7 x f 1.35"), wordt er geadviseerd om zijn standplaats in te trekken, tenzij hij direct betaalt.

Tegelijkertijd is er een verzoek van Heitz binnengekomen om uitstel voor het bezetten van zijn plaats. Dit verzoek wordt met "Spoed" behandeld en afgewezen, vermoedelijk vanwege de eerdere onjuiste informatie over zijn financiële situatie en de opgelopen betalingsachterstand. De notitie bevat diverse parafen en data die wijzen op een snelle interne correspondentie tussen ambtenaren in februari 1939.

Historische Context

De Albert Cuypmarkt was in 1939 al een centrale en drukke markt in Amsterdam. Het beheer van dergelijke markten was een strikt gereguleerde aangelegenheid van de gemeente (Afdeling Algemene Zaken). Standplaatshouders waren verplicht wekelijks marktgeld te betalen.

De vermelding van "steun" (werkloosheidsuitkering) is typerend voor de late jaren '30, de periode na de Grote Depressie. Voor kooplieden die in financiële nood verkeerden, bestonden soms regelingen, maar fraude of het verstrekken van onjuiste informatie werd door de marktmeesters en de gemeentelijke administratie streng gesanctioneerd met de intrekking van de vergunning. Dit document geeft een inkijkje in de strenge handhaving en de bureaucratische processen van het Amsterdamse marktwezen vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Genoemde Personen 2

D.J. Heitz M. No

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6