Getypte brief (doorslag of kantoorkopie) op ongevoerd papier.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kantoorkopie) op ongevoerd papier. 8 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). [Linksboven, handgeschreven:]
ten v. Meerkerken
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Hr. ou Haar
[Linksboven, getypt:]
25/16/2 M
[Rechtsboven, getypt:]
VP/G
[Rechts, getypt:]
8 Februari 1939.
[Geadresseerde:]
den Heer D.J.Heitz,
Sint Willibrordusstraat 113 II,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 22.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 2 dezer bericht ik U, dat U geen uitstel van betaling van marktgeld en van Uw verplichting tot regelmatig bezetten van Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat kan worden verleend. Indien U het verschuldigde niet onverwyld aanzuivert en voortaan Uw plaats regelmatig bezet, zal deze worden ingetrokken op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
[Afsluiting:]
De Directeur, De kern van deze brief is een formele waarschuwing en een afwijzing van een verzoek. De geadresseerde, de heer Heitz, had verzocht om uitstel voor zowel de betaling van zijn staangeld (marktgeld) als voor de verplichting om daadwerkelijk op de markt aanwezig te zijn. De directeur van de marktdienst wijst dit verzoek af.
De taal is juridisch-administratief en dwingend ("onverwyld aanzuivert"). Er wordt direct gedreigd met de zwaarste administratieve sanctie voor een marktkoopman: het intrekken van de standplaatsvergunning op de Albert Cuypmarkt. Dit duidt op een strikt beleid ten aanzien van de bezettingsgraad en de financiële afwikkeling van de marktplaatsen in die periode. Dit document stamt uit februari 1939, een tijd van economische spanning en bureaucratische ordening in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp was toen al een centrale plek voor handel.
Voor marktkooplieden was de standplaats hun bron van inkomst; het dreigement om deze in te trekken was dus een zware sanctie. De vermelding van "Wyk 22" refereert aan de oude wijkindeling van Amsterdam-Zuid. De handgeschreven namen bovenin ("ten v. Meerkerken" en "Hr. ou Haar") zijn waarschijnlijk parafen of namen van behandelend ambtenaren of archivarissen die bij de afhandeling van dit dossier betrokken waren. D.J. Heitz