Handgeschreven brief (klachtbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (klachtbrief). 13 februari 1939. R. Ensel, Geldersekade 47 II, Amsterdam. Waarschijnlijk de marktinspectie of het gemeentebestuur van Amsterdam (geadresseerd als "Wel Eed. Heer"). Nº 25/27/ M. 1939 14/2
nu. Dit ws
Insp.
13-2-1939
Wel Eed. Heer
Aangezien ik de laatste tijd geen kans zie om mijn kosten te verdienen op den markt in de Albert Cuipstraat, wend ik mij tot U. Ik sta op den hoek van de Albert Cuip en Sweelinkstraat, daar heb ik een vaste plaats circa 7 a 8 jaar. Nu is voor enkele maanden geleden een vischbakkerij naast mijn komen staan. Elk oogenblik komen er wolken rook en olie stank van die stal vandaan, dat mijn klanten mijn stal voorbij loopen.
Misschien kan hier s.v.p. een regeling getroffen worden. Bij voorbaat mijn dank.
Hoogachtend
R. Ensel.
Geldersekade 47 II
25 * Kern van de klacht: De schrijver, R. Ensel, klaagt over overlast op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Hij heeft al 7 à 8 jaar een vaste staanplaats op de hoek van de Albert Cuypstraat en de Sweelinckstraat. Sinds enkele maanden staat er een "vischbakkerij" naast hem die zoveel rook en stankoverlast (olielucht) veroorzaakt dat zijn klanten wegblijven.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel, maar direct Nederlands ("Wel Eed. Heer", "Hoogachtend"). De spelling is kenmerkend voor de tijd (bijv. "vischbakkerij", "oogenblik", "den markt").
* Terminologie: De term "stal" wordt hier gebruikt om een marktkraam of vaste standplaats aan te duiden. De afkorting "s.v.p." (s'il vous plaît) geeft aan dat de verzoeker aandringt op een oplossing. * Historische locatie: De Albert Cuypmarkt was in 1939 al een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de micro-economie van marktkooplieden vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
* Sociaal-geografisch: De afzender woont op de Geldersekade 47-II. Dit was een buurt in de Amsterdamse Jodenbuurt/centrum. Gezien de naam Ensel en de locatie, is het zeer waarschijnlijk dat de afzender van Joodse afkomst was. In archieven van de Jodenvervolging komt de naam Ensel op de Geldersekade vaker voor, wat een tragische laag toevoegt aan dit ogenschijnlijk alledaagse document over marktoverlast; slechts enkele jaren na deze brief zou het leven voor Joodse marktkooplieden op de Albert Cuyp onmogelijk worden gemaakt door de Duitse bezetter.
* Administratieve context: Het stempel en de handgeschreven kanttekening ("Insp." voor Inspecteur) wijzen op de ambtelijke verwerking van de klacht door de gemeentelijke marktinstanties. R. Ensel U. Ik