Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 23 december 1942. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de locaties). Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven in paarse inkt linksboven:]
Verzonden 24/12 [gevolgd door een onleesbare paraaf of naam, mogelijk: Hmuller]
[Getypt rechtsboven:]
vB/HB.
[Getypt adresblok:]
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r .
[Getypt kenmerk en datum:]
7/39/2 M.
23 December 1942.
rijwielvergoeding.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 14 December jl. no. 1504 e Arb.1942, heb ik de eer U te berichten, dat aan den markt-opzichter van mijn dienst, H.M.A. de Wolff, een rijwielvergoeding wordt toegekend ad. f 1,- per maand. Deze vergoeding wijkt af van de maximum-vergoeding ad. f 2,50 per maand, bedoeld in Regeling no. 24 Ambt., daar de Wolff voornoemd, die uitsluitend marktdienst verricht op de markten Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt, slechts weinig van zijn rijwiel ten behoeve van den dienst behoeft gebruik te maken.
Overigens worden bij mijn dienst geen rijwielvergoedingen toegekend.
Gedurende het jaar 1941 is in totaal een bedrag ad. f 12,- aan rijwielvergoeding uitgekeerd.
De Directeur, De brief betreft een formele verantwoording van een toegekende rijwielvergoeding (fietsvergoeding) aan een specifieke ambtenaar, de marktopzichter H.M.A. de Wolff.
De kernpunten van de brief zijn:
1. Hoogte van de vergoeding: De opzichter ontvangt f 1,- (één gulden) per maand.
2. Afwijking van de norm: De directeur legt uit waarom dit bedrag lager is dan het geldende maximum van f 2,50. De reden is dat de ambtenaar gestationeerd is op de markten in de Jordaan (Lindengracht, Westerstraat, Noordermarkt) die dicht bij elkaar liggen, waardoor hij zijn fiets slechts beperkt nodig heeft voor zijn werk.
3. Beperkte schaal: Uit de brief blijkt dat dit de enige rijwielvergoeding binnen deze specifieke dienst is.
4. Historische context van kosten: Het jaarbedrag over 1941 bedroeg precies 12 gulden, wat overeenkomt met de 1 gulden per maand. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (december 1942). In deze periode was er een groot tekort aan brandstoffen en transportmiddelen, waardoor de fiets een essentieel vervoermiddel was voor ambtenaren.
De genoemde locaties (Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt) bevestigen dat het hier om de gemeente Amsterdam gaat. De administratieve precisie over een klein bedrag als één gulden is kenmerkend voor de ambtelijke bureaucratie van die tijd. De aantekening "Verzonden 24/12" laat zien dat de administratie zelfs op kerstavond doorwerkte. De functietitel "Wethouder voor de Arbeidszaken" duidt op de specifieke inrichting van het toenmalige gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter. H.M.A. de Wolff Gemeente Amsterdam