Pagina 2 van een officiële circulaire (dienstbrief).
Origineel
Pagina 2 van een officiële circulaire (dienstbrief). September 1942. K.J. Frederiks, Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken. De Heeren Secretarissen-Generaal der Departementen van algemeen bestuur. 2
krachten te verzekeren. Die chefs worden dan geheel onvoorbereid gesteld voor de noodzakelijkheid, om te voorzien in een vacature, ontstaan door de ontslagaanvrage van een goed ingewerkte kracht, welke voorziening vooral in dezen tijd, dikwijls onoverkomelijke bezwaren oplevert.
4. Diensthoofden, die zich aan dergelijke handelingen schuldig maken, staren zich blind op de belangen van hun eigen dienst. Zij zien voorbij, dat het salarispeil en daarmede de op het Staatsbudget drukkende salarislast op onverantwoordelijke wijze wordt opgevoerd. Zij geven zich geen rekenschap van het feit, dat hun dienst een der vele onderdeelen vormt van de groote Staatsmachine en dat die dienst het beste functionneeren kan, indien de geheele Staatsmachine regelmatig werkt.
Bovendien - en dat is het laakbare van deze handelingen - vergeten zij, dat zij hun collega's-hoofdambtenaren daardoor dikwijls op zeer ernstige wijze dupeeren.
5. Deze aangelegenheid heeft een onderwerp van bespreking uitgemaakt in de vergadering van het College van Secretarissen-Generaal van 13 dezer.
6. In overeenstemming met hetgeen in die vergadering besloten werd, deel ik U mede, dat het den Hoofden van Rijksdiensten en Semi-Rijksdiensten, instellingen, bedrijven en inrichtingen mits deze verboden wordt, personeel, behoorende tot andere overheids- en semi-overheidsdiensten enz. zonder instemming van den betreffenden chef in dienst te nemen of eenigerlei aanbieding voor dienstneming te doen.
7. Voorts zullen sollicitatiën van overheids- en semi-overheidspersoneel slechts in behandeling genomen mogen worden, indien deze vergezeld gaan van een schriftelijke verklaring van den betreffenden chef, dat tegen de sollicitatie zijnerzijds geen bezwaar bestaat.
8. Ik moge U verzoeken, aan deze circulaire de vereischte bekendheid te verleenen en aan de naleving daarvan streng de hand te houden en te doen houden.
9. Aan de zelfstandige diensthoofden en aan de besturen der lagere organen zend ik een afschrift van deze circulaire, met verzoek, overeenkomstig het vermelde in de leden 6 tot en met 8 te handelen en te doen handelen.
De Secretaris-Generaal van het
Departement van Binnenlandsche Zaken,
FREDERIKS.
Aan
Heeren Secretarissen-Generaal der
Departementen van algemeen bestuur,
Arb.Z., Stadhuis,
A'dam, September 1942. Dit document betreft de tweede pagina van een circulaire waarin strengere regels worden gesteld aan het aannemen van personeel dat reeds werkzaam is bij de overheid.
De kernpunten zijn:
* Probleemstelling (punt 4): Diensthoofden "stelen" personeel van elkaar. Dit leidt tot onverwachte vacatures die in oorlogstijd (waarnaar verwezen wordt met "in dezen tijd") moeilijk te vervullen zijn. Bovendien drijft deze onderlinge concurrentie de salarissen onnodig op, wat het Staatsbudget belast.
* Besluit (punt 6 & 7): Het wordt expliciet verboden om personeel van andere overheidsdiensten aan te nemen of zelfs maar een aanbieding te doen zonder voorafgaande toestemming van de huidige chef. Sollicitaties mogen alleen in behandeling worden genomen als er een schriftelijke "verklaring van geen bezwaar" van de huidige werkgever is.
* Handhaving (punt 8 & 9): De Secretarissen-Generaal worden gesommeerd hier streng op toe te zien en deze instructies door te geleiden naar lagere organen.
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("mits deze", "dupeeren", "eenigerlei") en de toon is dwingend, wat wijst op een noodzaak om de interne overheidsorganisatie strakker te regisseren. Het document dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afzender, Karel Johannes Frederiks, was een invloedrijke figuur; als Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken was hij een van de hoogste Nederlandse ambtenaren die onder het gezag van de bezetter de dagelijkse administratie van het land moest voortzetten.
De context van de bezetting is essentieel om de tekst te begrijpen:
1. Arbeidsschaarste: Door de oorlogsomstandigheden en de tewerkstelling in Duitsland was er een groot tekort aan geschoold personeel. Overheidsinstanties concurreerden blijkbaar met elkaar om de overgebleven krachten.
2. De "Staatsmachine": Frederiks hamert op het functioneren van de gehele "Staatsmachine". Onder de bezetting was een efficiënte administratie cruciaal voor zowel de Nederlandse bevolking (voedselvoorziening, orde) als voor de bezetter (controle).
3. Bestuurlijke continuïteit: Dit soort circulaires toont aan hoe de Nederlandse bureaucratie trachtte te blijven functioneren en interne chaos probeerde te voorkomen, zelfs onder extreme externe druk. De verwijzing naar het "College van Secretarissen-Generaal" duidt op het overlegorgaan van de hoogste ambtenaren dat in afwezigheid van de ministers (die in Londen zaten) de leiding over de departementen had.