Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie). 18 november 1942. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier. [Rechtsboven handgeschreven in rood/paars:] Hm/v [doorgehaald met rode pen], [klein rond paars stempel met onleesbaar symbool].
[Rechtsboven getypt:] VB/HB.
[Geadresseerde:]
den Heer Wethouder voor
de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
[Kenmerk links:] Sa/87/2 M.
[Datum rechts:] 18 November 1942.
[Onderwerp:]
Statistiek van
ongevalsoorzaken.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 9 November j.l.
No.40/51b A.V. heb ik de eer U te berichten, dat het verzamelen
van bedoelde statistische gegevens en kennisname van de uitkom-
sten daarvan, voor mijn dienst vrijwel van geen belang zijn, aan
gezien er nagenoeg geen ongevallen voorkomen.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een verzoek (circulaire) van de wethouder voor Arbeidszaken om gegevens te verstrekken voor een statistiek over ongevalsoorzaken. De directeur van de betreffende dienst reageert hierop met de mededeling dat het bijhouden van dergelijke statistieken voor zijn specifieke afdeling zinloos is. De reden die hij opgeeft is pragmatisch: er vinden binnen zijn dienst vrijwel nooit ongevallen plaats, waardoor er geen representatieve data te verzamelen valt.
Het taalgebruik is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, met hoffelijke formuleringen zoals "heb ik de eer U te berichten". De afkorting "j.l." staat voor "jongstleden" en "d.d." voor "de dato" (gedateerd op). Het document dateert uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog de samenleving ontwrichtte, bleven veel gemeentelijke bureaucratische processen en de reguliere correspondentie tussen diensten gewoon doorgaan.
De portefeuille "Arbeidszaken" was in deze periode beladen vanwege de Arbeidseinsatz (de verplichte tewerkstelling in Duitsland), maar uit deze brief blijkt dat ook de reguliere zorg voor arbeidsomstandigheden en veiligheidsstatistieken binnen de gemeentelijke diensten gehandhaafd bleef, althans in de administratieve zin. De aanduiding "Alhier" geeft aan dat zowel de verzendende dienst als de wethouder zich in dezelfde gemeente bevonden. De code "Sa" in het kenmerk zou kunnen verwijzen naar de "Secretarie-afdeling".
Samenvatting
De brief is een formeel antwoord op een verzoek (circulaire) van de wethouder voor Arbeidszaken om gegevens te verstrekken voor een statistiek over ongevalsoorzaken. De directeur van de betreffende dienst reageert hierop met de mededeling dat het bijhouden van dergelijke statistieken voor zijn specifieke afdeling zinloos is. De reden die hij opgeeft is pragmatisch: er vinden binnen zijn dienst vrijwel nooit ongevallen plaats, waardoor er geen representatieve data te verzamelen valt.
Het taalgebruik is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, met hoffelijke formuleringen zoals "heb ik de eer U te berichten". De afkorting "j.l." staat voor "jongstleden" en "d.d." voor "de dato" (gedateerd op).
Historische Context
Het document dateert uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog de samenleving ontwrichtte, bleven veel gemeentelijke bureaucratische processen en de reguliere correspondentie tussen diensten gewoon doorgaan.
De portefeuille "Arbeidszaken" was in deze periode beladen vanwege de Arbeidseinsatz (de verplichte tewerkstelling in Duitsland), maar uit deze brief blijkt dat ook de reguliere zorg voor arbeidsomstandigheden en veiligheidsstatistieken binnen de gemeentelijke diensten gehandhaafd bleef, althans in de administratieve zin. De aanduiding "Alhier" geeft aan dat zowel de verzendende dienst als de wethouder zich in dezelfde gemeente bevonden. De code "Sa" in het kenmerk zou kunnen verwijzen naar de "Secretarie-afdeling".