Getuigenverklaring / Bijlage bij een ambtelijke brief.
Origineel
Getuigenverklaring / Bijlage bij een ambtelijke brief. Bijlage II. Behoort bij brief no. 8a/70/1 M. d.d. 8 December 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden.
Heden, 2 December 1942 hoorden wij den contrôleur J. Pietersma, geboren 19 October 1916, wonende Reyer Anslosstraat 2 boven, dienstdoende op de Centrale Markt, naar aanleiding van het door den Chef-Marktopzichter C. Blom d.d. 2 December 1942 ingediende personeels-contrôlerapport.
Hij verklaarde zakelijk als volgt:
"In den nacht van 2 December 1942 was ik van 12 uur tot 2 uur belast met terreindienst. Van 1 - 2 uur met collega Smit. Om 2 uur moest ik de Vries in de portiersloge aflossen. Even vóór de aflossing, dus omstreeks 2 uur troffen wij den hondenwacht aan bij het urinoir, die was gebeten door zijn hond. Wij gingen naar de loge, waarna Smit met de wacht naar het kaartenkantoor ging om hem te verbinden. Ik bleef met De Vries in de loge, omdat ik moest aflossen. Bij de terugkomst van Smit hebben wij even staan praten, toen we geritsel hoorden op de markt. Smit en De Vries gingen naar buiten, terwijl ik mijn dienst in de loge voortzetten Mijn collega's bleven zoolang weg, dat zij een volledige ronde over het terrein hebben kunnen maken. Om 3 uur moest ik worden afgelost door Smit, doch ik ben in de loge gebleven, totdat Chef Blom binnenkwam."
Aldus gelezen, volhard en geteekend.
De contrôleur,
Joh. Pietersma [handtekening]
De waarnemend Directeur,
De Bureauchef, Dit document is een getuigenverklaring die dient als bewijslast of toelichting bij een intern onderzoek naar het functioneren van het personeel op de Centrale Markt in Amsterdam. De verklaring is afgelegd door contrôleur J. Pietersma.
De kern van de verklaring betreft een onregelmatigheid tijdens de nachtdienst. Pietersma beschrijft een incident waarbij een "hondenwacht" (een bewaker met een diensthond) werd gebeten door zijn eigen hond. Dit incident zorgde voor een verschuiving in de taken: collega Smit verleende eerste hulp, terwijl Pietersma de wacht in de portiersloge overnam. De verklaring lijkt bedoeld om te rechtvaardigen waarom de surveillanten niet op hun post waren of waarom de normale procedure werd onderbroken op het moment dat Chef Blom een controle uitvoerde. De zinsnede "Mijn collega's bleven zoolang weg, dat zij een volledige ronde over het terrein hebben kunnen maken" suggereert een verdediging tegen een mogelijke beschuldiging van plichtsverzuim of ongeoorloofde afwezigheid. Het document dateert uit december 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was in deze periode van vitaal belang voor de voedselvoorziening en distributie in de stad. Vanwege de schaarste en de rantsoenering stond de markt onder strikt toezicht om diefstal en zwarte handel tegen te gaan.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" aan wie de brief is gericht, was in deze periode onderdeel van het collaborerende gemeentebestuur, aangezien de democratische gemeenteraad door de bezetter was ontbonden. De hiërarchische structuur (Directeur Marktwezen, Bureauchef, Chef-Marktopzichter) toont de strakke ambtelijke organisatie die nodig was om de voedselstroom onder controle te houden. Incidenten tijdens de nachtwacht werden zeer serieus genomen, wat de noodzaak voor dergelijke schriftelijke verklaringen verklaart. De genoemde locatie, de Reyer Anslosstraat, bevindt zich in Amsterdam-West, nabij de Centrale Markthallen.