Getypte ambtelijke brief/missive (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/missive (doorslag). 8 oktober 1942. De Directeur (vermoedelijk van de afdeling Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (plaatselijk). [Handgeschreven, boven gecentreerd:] Extra
[Rechtsboven:] HB.
[Geadresseerde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Kenmerk links:] 8b/1/4 M.
[Datum rechts:] 8 October 1942.
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de Pensi-
oenen d.d. 27 Januari 1936 No.201 A.P.B.(No.86 L.M.) heb ik de eer
U te berichten, dat gedurende het derde kwartaal 1942 bij het Markt-
wezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen, wien pensioen
ex de Pensioenwet 1922 ( S.240) was toegekend.
[Rechtsonder:]
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele melding (negatieve rapportage) dat er in het derde kwartaal van 1942 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet van 1922) werkzaam zijn gesteld bij de gemeentelijke dienst 'Marktwezen'.
* Administratieve context: De rapportage vloeit voort uit een instructie ("missive") uit 1936 van de Wethouder voor de Pensioenen. Dit wijst op een langlopende administratieve controle op de tewerkstelling van gepensioneerden, mogelijk om dubbele inkomsten uit de publieke kas te monitoren of te voorkomen.
* Stijl: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "wien pensioen"). De adressering "Alhier" duidt op een interne communicatie binnen dezelfde gemeentelijke organisatie (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de structuur van dergelijke archieven). * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 8 oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogstijd bleven veel civiele administratieve processen en rapportages volgens vooroorlogse richtlijnen (zoals die uit 1936) doorlopen.
* Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale rol tijdens de bezettingsjaren vanwege de schaarste en de distributie van voedsel. Het "Marktwezen" viel onder zijn bevoegdheid en was verantwoordelijk voor het beheer van markten en de aanvoer van goederen.
* Arbeid en Pensioen: In 1942 was er door de oorlogsomstandigheden en de tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) een groeiend tekort aan arbeidskrachten. De controle of gepensioneerden al dan niet werkten, kan te maken hebben gehad met het efficiënt inzetten van beschikbare mankracht of het strikt handhaven van pensioenregels. Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele melding (negatieve rapportage) dat er in het derde kwartaal van 1942 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet van 1922) werkzaam zijn gesteld bij de gemeentelijke dienst 'Marktwezen'.
- Administratieve context: De rapportage vloeit voort uit een instructie ("missive") uit 1936 van de Wethouder voor de Pensioenen. Dit wijst op een langlopende administratieve controle op de tewerkstelling van gepensioneerden, mogelijk om dubbele inkomsten uit de publieke kas te monitoren of te voorkomen.
- Stijl: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "wien pensioen"). De adressering "Alhier" duidt op een interne communicatie binnen dezelfde gemeentelijke organisatie (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de structuur van dergelijke archieven).
Historische Context
- Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 8 oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogstijd bleven veel civiele administratieve processen en rapportages volgens vooroorlogse richtlijnen (zoals die uit 1936) doorlopen.
- Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale rol tijdens de bezettingsjaren vanwege de schaarste en de distributie van voedsel. Het "Marktwezen" viel onder zijn bevoegdheid en was verantwoordelijk voor het beheer van markten en de aanvoer van goederen.
- Arbeid en Pensioen: In 1942 was er door de oorlogsomstandigheden en de tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) een groeiend tekort aan arbeidskrachten. De controle of gepensioneerden al dan niet werkten, kan te maken hebben gehad met het efficiënt inzetten van beschikbare mankracht of het strikt handhaven van pensioenregels.