Ambtelijke brief/missive.
Origineel
Ambtelijke brief/missive. 6 januari 1943 (getypt als 1942, handmatig gecorrigeerd naar 1943). De Directeur (van de afdeling Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [In rood handschrift bovenaan]: extra
[Adresseringsblok rechts]:
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Links]: 8b/1/5 M.'4~~2~~3
[Rechts]: 6 Januari 194~~2~~3.
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de
Pensioenen d.d.27 Januari 1936 no.201 A.P.B. (No.86 L.M.), heb
ik de eer U te berichten, dat gedurende het vierde kwartaal
1942 bij het Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen
aan personen, dien pensioen ex de Pensioenwet 1932 (S.240)
was toegekend.
[Rechtsonder]:
De Directeur,
[Links op de achtergrond is een vaag rond stempel van de Gemeente Amsterdam zichtbaar]. * Inhoud: Het betreft een zogenaamde 'nihil-melding'. De directeur van de afdeling Marktwezen rapporteert aan de wethouder dat er in het laatste kwartaal van 1942 geen gepensioneerden extra werkzaamheden hebben verricht voor zijn afdeling.
* Bureaucratische context: De brief verwijst naar een instructie (missive) uit 1936. Dit toont aan dat ambtelijke procedures en rapportageverplichtingen ook tijdens de oorlogsjaren strikt werden opgevolgd. De verwijzing naar de "Pensioenwet 1932 (S.240)" duidt op de wettelijke basis voor het toezicht op bijverdiensten van oud-ambtenaren.
* Correcties: Er zijn opvallende handmatige correcties in rode inkt waarbij het jaartal "1942" is veranderd in "1943". Dit is een veelvoorkomende fout in correspondentie van begin januari, waarbij de typist(e) uit gewoonte nog het oude jaar gebruikt.
* Terminologie: Het gebruik van "Ambtgenoot" verwijst naar een andere wethouder (waarschijnlijk van Financiën of Personeelszaken). De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in hetzelfde stadhuis of dezelfde stad bevinden. Dit document stamt uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in deze periode een uiterst belangrijke functie vanwege de schaarste, de invoer van het distributiestelsel en de controle op de zwarte markt. Het 'Marktwezen' viel onder dit mandaat.
Ondanks de bezetting bleef de gemeentelijke bureaucratie (in dit geval Amsterdam, herkenbaar aan het stempel en de structuur) grotendeels functioneren volgens de vooroorlogse Nederlandse wet- en regelgeving, zoals hier de Pensioenwet van 1932. Dergelijke documenten geven inzicht in de 'normaliteit' van de ambtelijke molen die doordraaide onder abnormale omstandigheden.