Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 161
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift (circulaire) van de Gemeente Amsterdam.

12 maart 1942.

Origineel

Officieel afschrift (circulaire) van de Gemeente Amsterdam. 12 maart 1942. No. 8B/4/2 M.1942 18/3 AFSCHRIFT.

G E M E E N T E A M S T E R D A M .

No. 405ª P.B./235 L.M. 1942.
Amsterdam, 12 Maart 1942.

In aansluiting aan mijn circulair schrijven van 17 Februari l.l. No. 405 P.B., inzake wijziging, met ingang van 1 Maart 1942, van de Pensioenwet 1922, deel ik U thans het volgende mede.

Bedoelde wijziging opent, zooals ik reeds in genoemd schrijven te kennen gaf, de mogelijkheid tot inkoop voor pensioen van tijdelijken diensttijd, welke tot dusver niet inkoopbaar was, alsmede van tijd, doorgebracht op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Onder meer kunnen zij, die op 1 Maart 1942 in pensioengerechtigden dienst zijn, tijd als in de vorige alinea bedoeld, welken zij vóór dien datum hebben doorgebracht, binnen zes maanden na dien datum, derhalve vóór 1 September 1942, voor pensioen inkoopen.

Hierbij is in aanmerking te nemen, dat inkoop van bedoelden tijdelijken diensttijd slechts mogelijk is, voor zoover deze is doorgebracht na 1 Juli 1925 en van tijd op arbeidsovereenkomst, voor zoover deze is doorgebracht na 1 Juli 1922, terwijl inkoop van dezen laatstbedoelden tijd slechts kan geschieden, indien deze tijd is doorgebracht in dienst van hetzelfde openbaar lichaam, bij hetwelk de betrokken ambtenaar door vaste aanstelling of door een tweejarig tijdelijk dienstverband de hoedanigheid van ambtenaar in den zin der Pensioenwet 1922 heeft verkregen.

Voorts kan zoowel tijdelijke dienst als tijd op arbeidsovereenkomst slechts worden ingekocht, indien daarop onmiddellijk, althans zonder wezenlijke onderbreking (zie mijn bovenaangehaald circulair schrijven), is gevolgd diensttijd als ambtenaar, d.i. derhalve vaste diensttijd of tijdelijke diensttijd, welke ten minste twee jaren heeft geduurd, of, zoo bedoelde aansluiting niet heeft plaats gehad, indien die diensttijden al dan niet in vereeniging met onbezoldigden dienst, met zijdelingschen dienst, met dienst in betrekkingen met een wedde of gezamenlijke wedden van niet meer dan ƒ 400.-, of met wachtgeldtijd ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking hebben geduurd. Ten aanzien van de hier opgesomde diensttijden bestaat dan tevens de mogelijkheid van inkoop, indien althans, en zulks geldt in het algemeen, aan de overige door de Wet voor inkoop gestelde voorwaarden is voldaan.

Ten slotte zijn alle hiervoren vermelde diensttijden slechts inkoopbaar, voor zoover deze boven den 18-jarigen leeftijd zijn doorgebracht.

Uitdrukkelijk zij er op gewezen, dat niet kan plaats hebben de inkoop van diensttijd, welke onder de werking van de tot 1 Maart 1942 geldende bepalingen mogelijk was, doch welke is verzuimd geworden.

U gelieve het vorenstaande ter kennis te brengen van de hoofden der onder U ressorteerende takken van dienst en dezen te verzoeken een en ander onverwijld ter kennis te willen brengen van de onder hen werkzaam zijnde ambtenaren en werklieden onder mededeeling, dat, desgewenscht, de Gemeente hen behulpzaam wil zijn bij het vervullen van de voor den inkoop noodige formaliteiten.

Zij, die diensttijd nà 1 Juli 1922 hebben vervuld, welke naar hun meening voor inkoop in aanmerking komt en die van vorenbedoelde hulp gebruik wenschen te maken, dienen in duplo een door de Administratie van den betrokken tak van dienst in te vullen formulier, als bij dit schrijven gevoegd en bij het Gemeentelijk Pensioenbureau verkrijgbaar, te onderteekenen. De ingevulde en onderteekende formulieren behooren, vergezeld van de bewijsstukken van de opgegeven diensttijden, als aanstellingen en arbeidsovereenkomsten of afschriften daarvan, en voorts van een verklaring van het hoofd van den betrokken tak van dienst omtrent den duur van die diensttijden, alsmede de gedurende die diensttijden genoten wedden, een en ander voor zoover betreft diensttijden bij deze Gemeente doorgebracht, uiterlijk 1 Mei a.s. aan het Gemeentelijk Pensioenbureau te worden ingezonden, welk bureau dan voor toezending aan den Pensioenraad van de benoodigde bescheiden zal zorg dragen. Bij bedoelde stukken behoort voor ieder geval van inkoop een bedrag van ƒ 0,60 te worden gevoegd, door den ambtenaar of werkman verschuldigd wegens legeskosten, vallende op de dezerzijds op te maken en aan den Pensioenraad te zenden formeele verklaring, houdende de voor den inkoop noodige gegevens. Het document is een ambtelijke mededeling betreffende de uitbreiding van pensioenrechten voor gemeenteambtenaren in Amsterdam. De kern van het besluit is dat tijdelijke diensttijd en periodes gewerkt onder een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst (vóór de vaste aanstelling) nu "ingekocht" kunnen worden voor de pensioenopbouw.

Belangrijke punten in de tekst:
* Termijnen: De regeling gaat in op 1 maart 1942. Aanvragen moeten vóór 1 september 1942 gedaan worden.
* Voorwaarden: Er gelden strikte datums (na 1922/1925) en de eis dat de diensttijd boven de 18-jarige leeftijd moet zijn vervuld. Ook moet er sprake zijn van een nagenoeg onafgebroken dienstverband bij hetzelfde openbaar lichaam.
* Procedure: Ambtenaren moeten formulieren in duplo invullen, bewijsstukken overleggen en legeskosten van 60 cent betalen.
* Stijl: Formeel-juridisch Nederlands, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse bureaucratie, met gebruik van de "oude spelling" (bijv. zooals, inkoopen, wedden). Dit document is gedateerd op 12 maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud strikt administratief en pensioentechnisch lijkt, is het een voorbeeld van hoe de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam onder de bezetter bleef functioneren. In deze periode werden veel ambtelijke regelingen aangepast of gestroomlijnd.

Het feit dat dit document specifiek spreekt over de "Pensioenwet 1922" en de rechten van "ambtenaren en werklieden", toont de continuïteit van de Nederlandse wetgeving op lokaal niveau, zelfs onder toezicht van de Rijkscommissaris. Het biedt ook inzicht in de arbeidsvoorwaarden van die tijd, waarin vaste aanstellingen een geprivilegieerde status gaven en tijdelijke krachten aanvankelijk minder rechten hadden. De genoemde legeskosten (ƒ 0,60) en de loongrens van ƒ 400,- geven een indicatie van de toenmalige economische waarde.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke mededeling betreffende de uitbreiding van pensioenrechten voor gemeenteambtenaren in Amsterdam. De kern van het besluit is dat tijdelijke diensttijd en periodes gewerkt onder een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst (vóór de vaste aanstelling) nu "ingekocht" kunnen worden voor de pensioenopbouw.

Belangrijke punten in de tekst:
* Termijnen: De regeling gaat in op 1 maart 1942. Aanvragen moeten vóór 1 september 1942 gedaan worden.
* Voorwaarden: Er gelden strikte datums (na 1922/1925) en de eis dat de diensttijd boven de 18-jarige leeftijd moet zijn vervuld. Ook moet er sprake zijn van een nagenoeg onafgebroken dienstverband bij hetzelfde openbaar lichaam.
* Procedure: Ambtenaren moeten formulieren in duplo invullen, bewijsstukken overleggen en legeskosten van 60 cent betalen.
* Stijl: Formeel-juridisch Nederlands, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse bureaucratie, met gebruik van de "oude spelling" (bijv. zooals, inkoopen, wedden).

Historische Context

Dit document is gedateerd op 12 maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud strikt administratief en pensioentechnisch lijkt, is het een voorbeeld van hoe de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam onder de bezetter bleef functioneren. In deze periode werden veel ambtelijke regelingen aangepast of gestroomlijnd.

Het feit dat dit document specifiek spreekt over de "Pensioenwet 1922" en de rechten van "ambtenaren en werklieden", toont de continuïteit van de Nederlandse wetgeving op lokaal niveau, zelfs onder toezicht van de Rijkscommissaris. Het biedt ook inzicht in de arbeidsvoorwaarden van die tijd, waarin vaste aanstellingen een geprivilegieerde status gaven en tijdelijke krachten aanvankelijk minder rechten hadden. De genoemde legeskosten (ƒ 0,60) en de loongrens van ƒ 400,- geven een indicatie van de toenmalige economische waarde.

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1