Officieel uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. [Bovenaan links, stempel in paarse inkt:] № 10/4/1 M.1942 9/
[Bovenaan rechts, handgeschreven in potlood:] Marktbw
No.260/20.3 Fin.1940 [Rechts:] Mededeeling vaststelling Gemeenterekening over 1939.
[Handgeschreven links:] 113 Fin. 1942
[Handgeschreven rechts in rode inkt, onduidelijke aantekening en paraaf:] m. Dir. h. M...
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Woensdag, 24 December 1941.
De Wethouder voor de Financiën deelt mede, dat de Gemeenterekening, alsmede de rekeningen van de diverse gemeentelijke takken van dienst over het jaar 1939 door den Commissaris der Provincie Noordholland zijn vastgesteld bij zijn besluiten van 13 November 1941 No.388, 3e Afd.A. Spreker deelt voorts mede, dat de bedragen, opgenomen in voormelde rekeningen zooals die door den Raad voorloopig zijn vastgesteld bij besluiten van 31 December 1940 Nos 406 en 407 geen veranderingen hebben ondergaan.
Op voorstel van den Wethouder besluit de Burgemeester hiervan mededeeling te doen aan den Gemeenteontvanger en aan de Hoofden van en ambtenaren bij diensten en bedrijven, belast met geldelijk beheer.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Financiën (4 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (3 stuks), den Gemeente-ontvanger en het Pensioenbureau.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [Stempel in paarse inkt]
C.S.Stadhuis
A'dam 1-'42 Dit document is een formeel administratief besluit van de Gemeente Amsterdam. Het dient om verschillende gemeentelijke afdelingen en functionarissen ervan op de hoogte te stellen dat de jaarrekening van 1939 officieel is goedgekeurd door de Provinciale Commissaris van Noord-Holland.
De kernboodschap is dat de definitieve cijfers exact overeenkomen met de voorlopige cijfers die de Gemeenteraad een jaar eerder, op 31 december 1940, had vastgesteld. Het document regelt tevens de interne distributie van deze informatie naar relevante financiële organen zoals de Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau, wat essentieel was voor de boekhoudkundige afsluiting van dat jaar. Hoewel het document betrekking heeft op de financiën van 1939 (het laatste jaar voor de Duitse inval), is het opgesteld in december 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond Amsterdam onder het bewind van de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte. De democratische functies van de Gemeenteraad waren opgeschort, wat verklaart waarom de burgemeester hier besluiten neemt op voorstel van een wethouder, waarbij verwezen wordt naar eerdere raadsbesluiten uit 1940.
De term "Commissaris der Provincie" verwijst naar de hoogste provinciale ambtenaar, die in oorlogstijd onder strikt toezicht stond van de Duitse Reichskommissar. Het document laat zien dat de ambtelijke molens van de stad Amsterdam, ondanks de bezetting, doordraaiden om de bureaucratische en financiële verantwoording van vooroorlogse jaren af te wikkelen.