Archiefdocument
Origineel
10 februari 1942 Nº 10/8/1 M. 1942 11/2 [paarse stempel]
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. Bevolkingsregister AMSTERDAM, 10 Februari 1942.
en Verkiezingen.
No. 19/12 MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
BIJLAGEN NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN
EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Financiën.
Leges diensten en bedrijven. [Handgeschreven paraaf/naam: M. Nijhoff?]
[Handgeschreven in de linker marge:]
opbergen
met gegevens
[onleesbaar, mogelijk 'genst.']
[pl. lijst]
**Na de verrekening van de aan U verstrek-**
te inlichtingen over het 3e kwartaal '41 bedroeg
het aantal tickets in Uw abonnementsbewijs 946
stuks.
Over het 4e kwartaal jl. werden aan U
4801 inlichtingen verstrekt, zoodat op 31 Decem-
ber '41 nog 3855 inlichtingen moesten worden be-
taald.
Met het oog op de aan U verstrekte in-
lichtingen over Januari jl. (3382 stuks), verzoek
ik U beleefd F. 400.- per giro te doen overschrij-
ven op rekening van den Gemeentesecretaris, no.
55, met bemerking: "bestemd voor de afd. Bevolking
register en Verkiezingen (abonnement 10.000 in-
lichtingen)".
coll.: [M] De Administrateur der afdeeling
Bevolkingsregister en Verkiezingen,
Aan [Handtekening]
den Heer Directeur
van Marktwezen
te Amsterdam.
Model G. A. 5.
25.000-5-'41 [handgeschreven rechtsonder: lo] Dit document betreft een zakelijke correspondentie tussen twee gemeentelijke afdelingen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Bevolkingsregister factureert de afdeling Marktwezen voor het verstrekken van persoonsgegevens.
Uit de inhoud blijkt een zeer hoge frequentie van informatieaanvragen:
* In het vierde kwartaal van 1941 werden 4.801 inlichtingen verstrekt.
* In de maand januari 1942 alleen al werden 3.382 inlichtingen verstrekt.
* Er wordt verzocht om een betaling van 400 gulden voor een nieuw quotum van 10.000 inlichtingen.
De brief illustreert de bureaucratische precisie waarmee de gemeente Amsterdam diensten tussen eigen afdelingen verrekende, zelfs onder bezettingstijd. De handgeschreven kanttekeningen duiden op de administratieve verwerking door de ontvangende partij (Marktwezen). De datum, 10 februari 1942, plaatst dit document midden in de periode van de nazi-bezetting. Het Bevolkingsregister was in deze jaren een cruciaal instrument voor de bezetter en de collaborerende administratie.
De extreem hoge aantallen inlichtingen die de afdeling Marktwezen opvroeg (ruim 3.300 in één maand), zijn in dit licht veelzeggend. In 1942 was de uitsluiting van Joden uit het economische leven in volle gang. De afdeling Marktwezen had het Bevolkingsregister nodig om de identiteit en de achtergrond van marktkooplieden, ondernemers en personeel te controleren. Dit gebeurde in het kader van de 'arisering' van de markten en de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. Dit document toont de kille, administratieve zijde van de vervolging en uitsluiting: het opvragen van persoonsgegevens als een betaalde gemeentelijke dienst.