Dienstbrief / Maandelijks overzicht.
Origineel
Dienstbrief / Maandelijks overzicht. 18 februari 1942. De Directeur van de Dienst Marktwezen (vermoedelijk Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:]
U. Müller
[Handgeschreven, middenboven:]
Verzonden 18/2
[Getypt, linksboven:]
M/HG.
10/10/1 M.
n 2
[Getypt, rechts:]
18 Februari 1942.
[Getypt, onderwerp links:]
Maandelijksch overzicht over
December 1941 van ontvangsten
en uitgaven dienst Marktwezen.
[Getypt, adres rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Body tekst:]
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Uw Ambtgenoot voor de Financiën d.d. 20 Juli 1939
(No. 909/203 Fin. 1939) heb ik de eer U in bijlage dezes een
overzicht over de maand December 1941 te doen toekomen.
Ten aanzien van de te verwachten eindresultaten van
dezen dienst voor het dienstjaar 1941 meen ik als mijn ver-
wachting te mogen uitspreken, dat de op de verschillende num-
mers van de begrooting van uitgaven voor 1941 geraamde bedra-
gen voldoende zullen zijn.
De opbrengst van markt-, standplaats- en ventgelden
is echter als gevolg van de buitengewone omstandigheden
ƒ 28.674,13 lager dan het op de begrooting van ontvangsten
voor 1941 onder volgnummer 87 geraamde bedrag ad ƒ 154.000,-.
[Getypt, rechtsonder:]
De Directeur, Deze brief dient als aanbiedingsbrief voor het financiële maandoverzicht van december 1941 van de Dienst Marktwezen. De directeur rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen dat de uitgaven binnen de begroting blijven. Er is echter een aanzienlijk tekort aan de inkomstenzijde: de opbrengsten uit marktgelden zijn ruim 28.000 gulden lager dan de begrote 154.000 gulden (een daling van circa 18,6%). De directeur wijst de "buitengewone omstandigheden" aan als oorzaak hiervoor.
De handgeschreven aantekening "Verzonden 18/2" bevestigt de administratieve afhandeling op de dag van datering. De naam "U. Müller" bovenaan kan duiden op een Duitse toezichthouder of een specifieke ambtenaar belast met de controle van deze stukken. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "buitengewone omstandigheden" is een eufemisme voor de gevolgen van de oorlog en bezetting. De scherpe daling in marktopbrengsten kan worden verklaard door verschillende factoren uit die tijd:
1. Schaarste en distributie: Door de invoering van het bonnensysteem en de toenemende schaarste aan goederen nam de handel op de reguliere markten af.
2. Uitsluiting van Joodse handelaren: In 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun werkzaamheden en uiteindelijk geheel van de openbare markten geweerd, wat een directe impact had op de geïnde standplaatsgelden (met name in een stad als Amsterdam).
3. Beperkingen op straathandel: De bezetter legde diverse restricties op aan venters en markthandelaren.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de groeiende voedseltekorten en de noodzaak voor een strakke regulering van de voedselvoorziening in de stad. Marktwezen