Dit document is een administratieve beschikking van de gemeente Amsterdam betreffende een standplaats op de Albert Cuypmarkt. De heer S. Dresden vraagt toestemming om geassisteerd en tijdelijk vervangen te worden door de heer S. Wijnschenk. De directeur willigt het verzoek in onder strikte voorwaarden: 1. **Assistentie:** Toegestaan tot wederopzegging. 2. **Vervanging:** Slechts voor een periode van 3 maanden. 3. **Meldingsplicht:** De marktambtenaar moet direct op de hoogte worden gesteld bij afwezigheid. 4. **Bewijs:** Er moet onverwijld een medisch attest (doktersverklaring) worden overlegd als bewijs voor de noodzaak tot vervanging. 5. **Restrictie:** Vervanging op zaterdag na 17:00 uur (5 uur n.m.) is expliciet verboden, waarschijnlijk om 'overdracht' of informele handel tijdens de drukste uren van de weekmarkt te voorkomen.
De datum (april 1939) en de namen van de betrokkenen zijn historisch significant. Zowel 'Dresden' als 'Wijnschenk' zijn namen die in die periode veelvuldig voorkwamen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Het adres Afrikanerplein 13 I bevindt zich in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1939 voor een groot deel bewoond werd door Joodse gezinnen. De Albert Cuypmarkt was een cruciaal economisch centrum voor veel Joodse kooplui. Dit document toont de strenge regelgeving waarmee marktkooplieden te maken hadden vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Slechts een jaar na deze brief zouden de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter de toegang tot en het werken op de markten voor Joodse Amsterdammers beginnen te beperken en uiteindelijk onmogelijk maken. Uit oorlogsarchieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat bewoners van het Afrikanerplein 13 zwaar getroffen zijn door de deportaties.