Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 338
Dossier 1
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk verslag of brief (fragment, pagina 3).

Vermeldt 15 januari 1942 (verwijst naar "15 dezer" en de marge-notitie januari '42).

Origineel

Ambtelijk verslag of brief (fragment, pagina 3). Vermeldt 15 januari 1942 (verwijst naar "15 dezer" en de marge-notitie januari '42). [1] venters niet aan de oproeping hadden
[2] voldaan of welke ~~verkeerd~~ geen oproeping
[3] hadden ontvangen. Deze werkzaamheden
[4] zijn thans nog niet geëindigd.
[5] [Invoeging boven regel 6:] ontving de Inspecteur van mijn dienst telefonisch mededeeling
[6] Op 15 dezer ~~werd telefonisch~~
[7] ~~door~~ van het Hoofdbureau van Politie ~~mede-~~
[8] ~~deeling gedaan~~ dat de Joodsche straathandel in zijn ge-
[9] heel was verboden. Hieromtrent waren
[10] door den Commandant Orde-Politie tele-
[11] grammen gestuurd aan de verschillende
[12] politiesecties. Overigens kon de Insp. van
[13] Politie, die een en ander mededeelde, geen
[14] verdere inlichtingen of aanwijzingen
[15] verstrekken. Wel ~~is het wel~~ heeft hij
[16] de tekst van de betr. telegrammen mede-
[17] gedeeld, waarvan ik U in bijlage dezer
[18] afschriften doe toekomen. Zooals U
[19] zult lezen gaat de daarin vervatte
[20] opdracht verder, dan die, welke mij
[21] door den Bm. ter zake zijn verstrekt en
[22] is hiervan kennelijk de bedoeling om
[23] den geheelen Joodschen straathandel,
[24] met uitzondering van de markten en
[25] de lompenventers te verbieden. Aange-
[26] zien mij echter hieromtrent geen
[27] instructies door den Bm. of door U zijn
[28] verstrekt (uit telef. mededeeling van
[29] den Adm. Uwer Afdeeling bleek mij, dat
[30] de Bm. niet bekend was met het bestaan
[31] van de onderhavige telegrammen) is
[32] tot nu toe door mijn dienst aan
[33] een en ander geen verdere uitvoering
[34] gegeven.
[35] __________
[36] Ten aanzien van de in de brieven
[37] [Marge links:] dd. 10 en 13 Januari '42
[38] van den Beauftragte voor de stad A’dam
[39] genoemde venters kan ik U nog het
[40] volgende mededeelen. destijds
[41] A. Dotsch is ~~uit buurt~~ v. v. v.
[42] serie G no. 5 ~~foutief~~ behoort tot de venters Dit document is een cruciale getuigenis van de bureaucratische processen tijdens de Jodenvervolging in Amsterdam. De kern van het verslag is de mededeling dat de Duitse Commandant Orde-Politie buiten de Nederlandse burgemeester om een verbod op "Joodsche straathandel" heeft uitgevaardigd.

De schrijver (vermoedelijk een afdelingshoofd of ambtenaar van de gemeente) merkt op dat deze instructie veel verder gaat dan de eerdere opdrachten van de Burgemeester. Er is sprake van bestuurlijke verwarring: terwijl de Duitse politie al telegrammen naar alle secties heeft gestuurd om de handel stil te leggen, weet de Burgemeester nog van niets. Dit illustreert hoe de Duitse bezetter de controle over de Amsterdamse politie gebruikte om de lokale civiele autoriteiten te passeren en anti-Joodse maatregelen te versnellen. In januari 1942 bevond de vervolging van de Joden in Nederland zich in een fase van economische isolatie. Hans Böhmcker, de Beauftragte (gevolmachtigde) voor Amsterdam onder Rijkscommissaris Seyss-Inquart, oefende zware druk uit op het stadsbestuur om Joden volledig uit het economische leven te bannen. De straathandel was voor veel arme Joden in Amsterdam-Oost en de Jodenbuurt de laatste bron van inkomsten.

Het genoemde onderscheid ("met uitzondering van de markten en de lompenventers") wijst op een tijdelijke overgangsfase; kort daarna zouden ook deze laatste vormen van nering voor Joden onmogelijk worden gemaakt. De vernoemde "A. Dotsch" verwijst naar een specifieke casus van een venter wiens vergunning of status wordt getoetst aan de nieuwe, strengere regels van de bezetter.

Samenvatting

Dit document is een cruciale getuigenis van de bureaucratische processen tijdens de Jodenvervolging in Amsterdam. De kern van het verslag is de mededeling dat de Duitse Commandant Orde-Politie buiten de Nederlandse burgemeester om een verbod op "Joodsche straathandel" heeft uitgevaardigd.

De schrijver (vermoedelijk een afdelingshoofd of ambtenaar van de gemeente) merkt op dat deze instructie veel verder gaat dan de eerdere opdrachten van de Burgemeester. Er is sprake van bestuurlijke verwarring: terwijl de Duitse politie al telegrammen naar alle secties heeft gestuurd om de handel stil te leggen, weet de Burgemeester nog van niets. Dit illustreert hoe de Duitse bezetter de controle over de Amsterdamse politie gebruikte om de lokale civiele autoriteiten te passeren en anti-Joodse maatregelen te versnellen.

Historische Context

In januari 1942 bevond de vervolging van de Joden in Nederland zich in een fase van economische isolatie. Hans Böhmcker, de Beauftragte (gevolmachtigde) voor Amsterdam onder Rijkscommissaris Seyss-Inquart, oefende zware druk uit op het stadsbestuur om Joden volledig uit het economische leven te bannen. De straathandel was voor veel arme Joden in Amsterdam-Oost en de Jodenbuurt de laatste bron van inkomsten.

Het genoemde onderscheid ("met uitzondering van de markten en de lompenventers") wijst op een tijdelijke overgangsfase; kort daarna zouden ook deze laatste vormen van nering voor Joden onmogelijk worden gemaakt. De vernoemde "A. Dotsch" verwijst naar een specifieke casus van een venter wiens vergunning of status wordt getoetst aan de nieuwe, strengere regels van de bezetter.

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1