Ambtelijke brief / rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief / rapportage. 20 september 1942 (A’dam, 20/9 1942). [Hoofdtekst]
Joodsche Straathandel
A’dam, 20/9 1942.-
W. L. M. 18/3/10/7
[Stempel in rood: spoed heden]
Onder terugzending van de met Uw kaartbrieven dd. 1/6 en 1/9 dezer om spoedig advies ontvangen stukken No 94/1 L.M. 1942 en 94/6 Z.SS. 1942 heb ik de eer u, wat betreft den gang van zaken t.a.v. den Joodschen straathandel het volgende te berichten.
Op Donderdag 8 Januari jl. werd mij door den Bm. telefonisch medegedeeld, dat de ventvergunningen van Joodsche straathandelaren onmiddellijk moesten worden ingeleverd door deze Joden bij het Gewest. Arbeidsbureau, dat hiervoor zitting zou houden in de Diamantbeurs op het Weesperplein. Mij werd daarbij opgedragen ervoor te zorgen, dat de venters onverwijld een mededeeling ontvingen.
De Directeur van het Gewest. Arbeidsbureau, waarmee ik mij voor de uitvoering van een en ander telefonisch in verbinding stelde, deelde mij mede, dat de betreffende venters na hun melding onmiddellijk zouden worden gekeurd en reeds Zaterdagmorgen 10 Januari naar een werkkamp in Drenthe zouden vertrekken. Intusschen was mij door den Administrateur Uwer Afdeeling bericht, dat de Joodsche vrouwen (ventsters) buiten dezen meldingsplicht vielen en dat de venters, die tevens in het bezit waren van een standplaatsvergunning of van een vaste plaats op een der Joodsche hulpmarkten zich wel moesten melden en hun v.v. [ventvergunning] moesten inleveren, doch niet naar Drenthe behoefden te vertrekken. Zij konden op hun standplaats of marktplaats doorgaan met handel drijven. Hiervan heb ik onverwijld voornoemden Directeur van het Arbeidsbureau op de hoogte ge-
[Marginale aantekeningen - linkerzijde, deels slecht leesbaar]
Ingevolge [onleesbaar] Bm. op [onleesbaar] dat van de [onleesbaar] een [onleesbaar] aan [onleesbaar] met [onleesbaar] aan de [onleesbaar] van de [onleesbaar] venters zouden hebben moeten [onleesbaar] door het Arbeidsbureau is aldus geschied.
Met de Directeur van het Arbeidsbureau is afgesproken dat hij mij [onleesbaar] in dezen zou doen kennen.
Naar de mededeeling van [onleesbaar] dezer venters (van de 2000 Joodsche venters die zij opgaaf hadden van het bevolkingsregister) dat zij [onleesbaar] niet komen opdagen [onleesbaar] SS Zentralstelle [onleesbaar] werd dat [onleesbaar] voor waren. Inmiddels [onleesbaar] op de namen van alle ventvergunningen geplaatst, [onleesbaar] dat het [onleesbaar] groepsgewijs aan [onleesbaar]. Dit document is een ambtelijk verslag over de systematische uitsluiting en deportatie van Joodse straathandelaren in Amsterdam begin 1942. De tekst illustreert de nauwe samenwerking tussen de Amsterdamse gemeente (de "Bm." oftewel Burgemeester), het Gewestelijk Arbeidsbureau en de Duitse instanties (verwijzing naar "Z.SS.", de Zentralstelle für jüdische Auswanderung).
Kernpunten in de tekst:
* Bureaucratische uitsluiting: Het intrekken van ventvergunningen was een middel om Joden uit het economische leven te verwijderen.
* Locatie: De Diamantbeurs op het Weesperplein werd gebruikt als verzamel- en keuringspunt.
* Dwangarbeid: De melding was direct gekoppeld aan keuring voor "werkkampen in Drenthe". Dit verwijst naar de eerste grootschalige inzet van Joodse mannen in Nederlandse dwangarbeiderskampen, die later fungeerden als voorportaal voor Westerbork en de vernietigingskampen.
* Uitzonderingen: Er wordt gesproken over tijdelijke vrijstellingen voor vrouwen en handelaren met een vaste standplaats op de "Joodsche hulpmarkten" (zoals het Waterlooplein), een maatregel die later in 1942 eveneens zou vervallen. In januari 1942, de periode die in de brief beschreven wordt, intensiveerden de nazi-bezetters de jodenvervolging in Nederland. Terwijl de massale deportaties naar Auschwitz pas in juli 1942 begonnen, werd de Joodse bevolking in het voorjaar van 1942 al "geconcentreerd" in Amsterdam en werden mannen tewerkgesteld in kampen in Noord- en Oost-Nederland.
De brief zelf dateert van september 1942. Dit is saillant, omdat op dat moment de massale wegvoeringen al in volle gang waren. De terugblik op de gebeurtenissen van januari in deze brief lijkt een administratieve verantwoording of een reactie op een specifiek adviesverzoek ("om spoedig advies ontvangen stukken"). De rode stempels "spoed" en "heden" onderstrepen de druk waaronder het ambtenarenapparaat werkte om de anti-Joodse maatregelen vlot te trekken. De vermelding van "2000 Joodsche venters" in de kantlijn geeft de schaal aan van de groep die in één actie werd getroffen.