Officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officiële brief/ambtelijke correspondentie. 28 januari 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel bovenin:]
Nº 18/3/23 M. 1942 29/1
[Briefhoofd:]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Aan den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen,
_ A _ L _ H _ I _ E _ R _ (W).
Afd. L.M. No. 94/6 -1942-
Bijlagen: div.
Uw brief:
Datum: 28 Januari 1942.
Onderwerp:
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven:]
nu / Dir
Th. Heijhuijls (?) p.
adm. 28/1
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 20 Januari j.l. deel ik U mede, dat aan de Joodsche straathandelaren, wier ventvergunningen door U zijn ingehouden, hun persoonsbewijs, notitieboekjes en verdere particuliere bescheiden dienen te worden teruggegeven. Ik verzoek U zich hiermede te belasten, en zend U daartoe de mij door U toegezonden desbetreffende stukken terug.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
vM
[Handtekening]
[Onderaan:]
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
24117-11-41-12.000 * Onderwerp: De teruggave van persoonlijke bezittingen (persoonsbewijzen, notitieboekjes) aan Joodse straathandelaren wiens werkvergunning was ingetrokken.
* Toon: Zakelijk, bureaucratisch en procedureel.
* Opvallende details:
* De brief getuigt van de nauwgezette bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joden uit het economische leven.
* Er is sprake van een verwijzing naar "inhouding" van ventvergunningen, wat direct wijst op het beroepsverbod voor Joodse burgers.
* De handgeschreven parafen en stempels duiden op de route die het document binnen het gemeentelijk apparaat heeft afgelegd. Deze brief dateert uit januari 1942, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen steeds stringenter en systematischer. In 1941 was het Joden al verboden om op markten te staan of als straathandelaar te werken (behalve op speciaal aangewezen Joodse markten).
Dit document laat zien hoe de Amsterdamse bureaucratie de verordeningen van de bezetter uitvoerde. Hoewel de brief spreekt over het 'teruggeven' van eigendommen, is de onderliggende realiteit dat deze mensen hun bron van inkomsten definitief waren kwijtgeraakt door de intrekking van hun vergunningen. Het Marktwezen speelde een actieve rol in het identificeren en uitsluiten van Joodse handelaren. Kort na deze periode begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam.