Ambtelijke correspondentie / Memo
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Memo 24 juli 1942 (gebaseerd op stempel "24/7 M. 1942") [Linkermarge, stempel:]
M. 1942 24/7
№ 10/3/40
[Linkermarge, handgeschreven in rood:]
NEEN
alleen
W’plein
V.K.K.
[Hoofdtekst:]
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
In verband met het feit, dat de joodsche vischventers hun ventvergunning hebben moeten inleveren, is van deze venters de toegangskaart tot de vischmarkt ingehouden.
Een deel van deze venters, is naar werkkampen gezonden, terwijl een ander deel, om verschillende redenen, daarvan is vrijgesteld.
De venters, die vrijgesteld zijn, verzoeken nu om voor een marktplaats op een der 7. markten in aanmerking te mogen komen, [doorgestreept: ten einde langs dien weg weer] toegang [doorgestreept: te] krijgen tot de vischmarkt [in rood toegevoegd: als marktkoopman].
Aan enkele van deze venters is reeds een vaste plaats toegewezen.
Afgesproken is n.l. dat aan bedoelde venters uitsluitend weer toegang tot de vischmarkt wordt verleend, wanneer zij in het bezit zijn of in het bezit kunnen worden gesteld van een vaste plaats op een der 7. markten.
Het is momenteel niet mogelijk om op de markten Waterlooplein en [onderstreept in rood:] Gaaspstraat nog vaste plaatsen uit te geven. Wel voorkeurskaarten.
Op beide genoemde markten zijn n.l. dagelijks genoeg plaatsen onbezet om de houders van voorkeurskaarten plaatsen te garandeeren.
Ten einde de venters, die niet naar een werkkamp worden gezon[den] ... [tekst breekt af] Dit document is een intern schrijven gericht aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. Het legt de bureaucratische uitsluiting vast van Joodse visventers in de zomer van 1942.
Kernpunten:
1. Inname vergunningen: Joodse visventers hebben hun ventvergunning moeten inleveren, waardoor zij ook hun toegangskaart tot de centrale vismarkt kwijt zijn.
2. Werkkampen: Er wordt expliciet melding gemaakt van het feit dat een deel van de venters al naar "werkkampen" is gezonden (de gedwongen tewerkstelling in Joodse werkkampen in Nederland die als voorportaal dienden voor deportatie).
3. Vaste plaatsen vs. Voorkeurskaarten: De venters die (vooralsnog) zijn vrijgesteld van de werkkampen, proberen via een vaste marktplaats op een van de zeven aangewezen "Joodse markten" weer toegang te krijgen tot de vismarkt.
4. Beperkingen: De rode aantekening ("NEEN alleen W’plein V.K.K.") en de tekst geven aan dat er geen nieuwe vaste plaatsen worden uitgegeven op het Waterlooplein en de Gaaspstraat, enkel nog voorkeurskaarten (V.K.K.). Dit bemoeilijkte de legale uitoefening van hun beroep aanzienlijk. De datum van dit document (24 juli 1942) is cruciaal. De grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen waren slechts een week eerder, op 15 juli 1942, begonnen.
In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd. Ze mochten hun beroep niet meer vrij uitoefenen en moesten handel drijven op specifiek aangewezen markten (zoals het Waterlooplein en de Gaaspstraat). Dit document toont hoe de gemeente Amsterdam en het Marktwezen meewerkten aan de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Het verlies van een ventvergunning betekende voor velen de definitieve vernietiging van hun economische zelfstandigheid, wat hen nog kwetsbaarder maakte voor oproepen voor de werkkampen en deportatie. Gemeente Amsterdam Marktwezen