Ambtelijk schrijven / Adviesnota (betreffende marktwezen).
Origineel
Ambtelijk schrijven / Adviesnota (betreffende marktwezen). 14 februari 1942 (met latere annotatie van 25 februari 1942). [Hoofdtekst]
... om toch in de gelegenheid te
stellen om op normale wijze
in hun onderhoud te kunnen
voorzien, geef ik U in overwe-
ging hier, wanneer inderdaad
~~vaststaat~~, dat zij niet worden uit-
gezonden, een voorkeurskaart voor
opgemelde markten te geven.
Op de markt aan de Joubertstraat
kunnen direct vaste plaatsen
worden uitgegeven. Uit een
oogpunt van concurrentie
kunnen echter, niet alle voor
een vaste plaats in aanmerking
komende Joodsche vischventers
op deze markt een plaats innemen.
De houders van voorkeurskaarten
zijn evenals de houders van vaste
plaatsen verplicht om geregeld,
d.w.z. (minstens [in rood]) drie maal per week
een plaats in te nemen.
De kans dat zij toch langs
den weg handel drijven, is dus
gelijk met die van vaste plaats-
houders.
[Onderaan rechts]
14-2-’42
de Haas
Insp.
[Annotatie in rood linksonder]
Dir.
m.i. accoord
indien wordt
aangetoond, dat
venter niet naar de
Werkverschaffing behoeft.
25-2-’42
[Marginale notitie links verticaal]
Deze maatregel is een uitvloeisel van bekende Verz. [Verordening] van V.K.K. markt hoofdlieden. Als zij alleen nog op Joubertstraat en Waterlooplein vaste plaatsen [onleesbaar]. Het document is een ambtelijk advies over de regulering van Joodse markthandel tijdens de bezetting. De kern van de tekst draait om het verlenen van "voorkeurskaarten" aan Joodse visventers om hen in staat te stellen op specifieke markten (zoals de Joubertstraat) te staan.
Opvallende elementen:
* Bureaucratische controle: Er wordt strikt toezicht gehouden op de frequentie van marktbezoek (minstens drie keer per week) om "ongeoorloofde" straathandel te voorkomen.
* Uitsluiting en concentratie: De marginale tekst verwijst naar het feit dat Joodse handelaren steeds verder werden beperkt tot specifieke locaties (Joubertstraat en Waterlooplein).
* De rode annotatie: De directeur (Dir.) stelt een harde voorwaarde: de marktvergunning is alleen akkoord als de betrokkene niet is opgeroepen voor de "Werkverschaffing". Dit illustreert de constante dreiging van tewerkstelling (vaak een voorbode van deportatie) waar Joodse Amsterdammers mee te maken hadden. Dit document stamt uit februari 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland. In deze periode nam de segregatie in het economisch leven snel toe. Joodse marktkooplieden werden door de bezetter en de collaborerende gemeente-instanties geweerd van algemene markten en mochten vanaf eind 1941/begin 1942 alleen nog handel drijven op speciaal aangewezen "Jodenmarkten".
De term "Werkverschaffing" in de rode annotatie is beladen; hoewel het formeel duidde op werklozenprojecten, werden Joodse mannen vanaf begin 1942 op grote schaal via deze weg naar werkkampen in Nederland gestuurd, vanwaaruit zij later naar de vernietigingskampen werden gedeporteerd. Het document toont de kille, administratieve afhandeling van menselijke overlevingskansen in een vijandige bureaucratie.