Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk afkomstig uit een politiedossier of gemeentelijk archief).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk afkomstig uit een politiedossier of gemeentelijk archief). M. v. Emrik - 30/7/1901 - Lepelstr. 23 ; haringvrouw
Standplaats: bij het viaduct Maurits-
straat - Beukenweg.
W. Trompetter - Rapenburgerstr. 161 III
haringvrouw
Standplaats: nabij zwembad Schinkel.
Aanvulling lijst Joodsche straathandelaars
(tel. opgave Politie) Het document bevat gegevens over twee personen die als straathandelaar (haringverkopers) actief waren in Amsterdam:
* M. v. Emrik: Mozes van Emrik (geboren op 30 juli 1901). Hij woonde aan de Lepelstraat 23. Zijn standplaats voor de verkoop van haring was gesitueerd bij het spoorviaduct waar de Mauritsstraat overgaat in de Beukenweg (nabij het huidige Oosterpark).
* W. Trompetter: Waarschijnlijk Wolf Trompetter, wonend aan de Rapenburgerstraat 161-III. Zijn standplaats bevond zich nabij het Schinkelbad in Amsterdam-Zuid.
* Terminologie: De aanduiding "haringvrouw" bij beide (mannelijke) personen is opmerkelijk. Dit kan wijzen op een specifiek type vergunning dat op naam van een echtgenote stond, of een administratieve standaardterm voor dit type kleinhandel.
* Bronvermelding: De onderste regels maken duidelijk dat dit een "Aanvulling" is op een bestaande lijst van Joodse straathandelaren, genoteerd naar aanleiding van een telefonische doorgave door de politie. Dit document is een direct overblijfsel van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de registratie van Joodse burgers en hun economische activiteiten. Joodse straathandelaren werden onderworpen aan strenge beperkingen; ze mochten hun beroep vaak alleen nog uitoefenen op specifiek aangewezen plekken of markten, gescheiden van niet-Joodse burgers.
De Amsterdamse politie speelde een actieve rol in het bijhouden van deze lijsten ten behoeve van de bezetter. Voor de genoemde personen was deze registratie een voorbode van verdere vervolging. Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) blijkt dat zowel Mozes van Emrik als Wolf Trompetter de Holocaust niet hebben overleefd; zij werden respectievelijk in Auschwitz (1942) en Sobibor (1943) vermoord.
Samenvatting
Het document bevat gegevens over twee personen die als straathandelaar (haringverkopers) actief waren in Amsterdam:
* M. v. Emrik: Mozes van Emrik (geboren op 30 juli 1901). Hij woonde aan de Lepelstraat 23. Zijn standplaats voor de verkoop van haring was gesitueerd bij het spoorviaduct waar de Mauritsstraat overgaat in de Beukenweg (nabij het huidige Oosterpark).
* W. Trompetter: Waarschijnlijk Wolf Trompetter, wonend aan de Rapenburgerstraat 161-III. Zijn standplaats bevond zich nabij het Schinkelbad in Amsterdam-Zuid.
* Terminologie: De aanduiding "haringvrouw" bij beide (mannelijke) personen is opmerkelijk. Dit kan wijzen op een specifiek type vergunning dat op naam van een echtgenote stond, of een administratieve standaardterm voor dit type kleinhandel.
* Bronvermelding: De onderste regels maken duidelijk dat dit een "Aanvulling" is op een bestaande lijst van Joodse straathandelaren, genoteerd naar aanleiding van een telefonische doorgave door de politie.
Historische Context
Dit document is een direct overblijfsel van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de registratie van Joodse burgers en hun economische activiteiten. Joodse straathandelaren werden onderworpen aan strenge beperkingen; ze mochten hun beroep vaak alleen nog uitoefenen op specifiek aangewezen plekken of markten, gescheiden van niet-Joodse burgers.
De Amsterdamse politie speelde een actieve rol in het bijhouden van deze lijsten ten behoeve van de bezetter. Voor de genoemde personen was deze registratie een voorbode van verdere vervolging. Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) blijkt dat zowel Mozes van Emrik als Wolf Trompetter de Holocaust niet hebben overleefd; zij werden respectievelijk in Auschwitz (1942) en Sobibor (1943) vermoord.