Getypte brief / officieel afschrift van een besluit.
Origineel
Getypte brief / officieel afschrift van een besluit. Amsterdam, 25 februari 1942. De Burgemeester van Amsterdam (getekend: E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (getekend: J.F. Franken). No.18/3/52 M.1942 2/3 AFSCHRIFT.
No.223 L.M.1942 Amsterdam, 25 Februari 1942.
Aan
Ingevolge beslissing van de Duitsche autoriteiten, mogen Joodsche standplaatshouders geen standplaatsen meer innemen buiten de eigenlijke Joden wijken. Als zoodanig geldt het stadsgedeelte tusschen Prins Hendrikkade, Sin- gelgracht, Linnaeusstraat, Transvaalkade, Amsteldijk, Rivierenlaan, Rijnstraat Uiterwaardenstraat, Waalstraat, Zuider Amstellaan (beide zijden) het Wester- scheldeplein, Scheldestraat, Noorder Amstellaan (beide zijden), Daniël Wil_ linkplein, Rijnstraat, Lutmastraat, Amsteldijk, Weesperzijde, Singelgracht, Reguliersgracht, Kloveniersburgwal, Gelderschekade, Prins Hendrikkade.
In verband hiermede deel ik U mede, dat U dus of Uw standplaatsver- gunning kunt doen intrekken (in welk geval U zich moet vervoegen ten Stad- huize, kamer 159), of met het Hoofdbureau van Politie, Marnixstraat 260 kamer 322 ten spoedigste tusschen 9 en 12 uur v.m. in overleg kunt treden over een standplaats in genoemd stadsgedeelte.
De Burgemeester van Amsterdam,
get. Voûte.
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken. * Inhoud: Het document is een dwingende mededeling aan Joodse marktkooplieden en straatverkopers. Zij worden op de hoogte gesteld van een nieuw verbod: het is hen verboden hun beroep uit te oefenen buiten specifiek aangewezen gebieden in Amsterdam.
* Geografische segregatie: De brief somt een gedetailleerde lijst van straten en pleinen op die de grenzen vormen van de toegestane gebieden. Dit betreft hoofdzakelijk de Joodse buurt in het centrum en delen van Amsterdam-Oost en Zuid (Rivierenbuurt), waar op dat moment veel Joodse Amsterdammers woonden.
* Keuzemogelijkheden: De geadresseerde krijgt twee opties die beide het einde van hun normale werkzame leven betekenen: de vergunning opgeven (inleveren op het stadhuis) of proberen een plek te bemachtigen in de overvolle en beperkte "Jodenwijken" via de politie.
* Toon en taal: De tekst is strikt ambtelijk. Opvallend is de expliciete verwijzing naar de "Duitsche autoriteiten" als de opdrachtgevende macht, waarmee de gemeente aangeeft de maatregel uit te voeren in opdracht van de bezetter. * Bezettingstijd: Februari 1942 was een cruciaal jaar in de Holocaust in Nederland. De bezetter intensiveerde de isolatie van Joden. Eerder in 1941 waren de Joodse wijken al aangemerkt als "Judenviertel", maar nog niet volledig afgesloten. Maatregelen zoals deze waren bedoeld om de Joodse bevolking economisch te verstikken en fysiek te concentreren.
* Edward Voûte: Burgemeester Voûte was door de Duitsers aangesteld na het ontslaan van burgemeester De Vlugt. Hoewel hij geen NSB'er was, werkte hij nauwgezet mee aan de anti-Joodse maatregelen, zoals blijkt uit dit document.
* Systematiek: Deze maatregel paste in de bredere strategie van "Entjudung" (ontjoodsing) van de economie. Door Joodse ondernemers en handelaren uit het straatbeeld en de algemene markten te weren, werden zij zichtbaar gemarkeerd en afgesneden van hun niet-Joodse klantenkring. Kort na dergelijke besluiten volgden vaak de eerste grootschalige deportaties naar de kampen.