Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 428
Dossier 55
Jaar 1942
Stadsarchief

Dienstbrief

5 maart 1942 Van: Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart) Aan: Directeur van den Gemeentedienst van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

Dienstbrief 5 maart 1942 Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart) Directeur van den Gemeentedienst van het Marktwezen te Amsterdam [Linksboven, gestempeld en handgeschreven:]
No 18/3/42 6/3

[Midden boven, gedrukt briefhoofd:]
DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART
RIJSKBUREAU VOOR OUDE MATERIALEN EN AFVALSTOFFEN

[Linksboven onder het hoofd, kleine lettertypen:]
Telefoonnummer: 183810 • Telegramadres: Rijksafval
Postchèque- en Girorekening: 98213 • Spreekuren: 10—12 en 2—4

Brieven uitsluitend te richten aan het Rijksbureau voor Oude
Materialen en Afvalstoffen en wel voor iedere soort aan de
desbetreffende afdeeling. Geen brieven richten aan personen.

[Getypt:]
Ro/EG No: 23010
AFDEELING: Organisatie.
BETREFFENDE: Joodsche kleinhandelaren.

[Rechtsboven, gedrukt en getypt:]
'S-GRAVENHAGE, 5.3.1942.
PALEISSTRAAT 7
Bij beantwoording datum, letters, nummers en afdeeling vermelden

[Geadresseerde, getypt:]
Den Heer Directeur van den Gemeente-
dienst van het Marktwezen,
A M S T E R D A M.

[Rechtsmidden, handgeschreven paraaf/aantekening:]
mi. Du

[Inhoud brief, getypt:]
In verband met een aantal verzoeken om inlichtingen, welke wij
ontvingen van Joodsche kleinhandelaren van ons Bureau, die naar het
werkkamp te Sellingerbeetse werden gezonden, zoudt U ons verplichten
ons mede te deelen in hoeverre de mogelijkheid bestaat, dat deze per-
sonen uit het werkkamp worden ontslagen en of er Uwerzijds in deze
stappen zijn ondernomen.-

[Afsluiting, getypt:]
De Secretaris van het Rijksbureau
voor Oude Materialen en Afvalstoffen,

[Handtekening, handgeschreven:]
(Mr. W. Huijnen.)

[Linksonder, drukkerijmerk:]
(A) 27430 - '41 - K 983 Deze brief is een zakelijke correspondentie tussen twee overheidsinstanties tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De secretaris van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart) richt zich tot de directeur van het Amsterdamse Marktwezen.

De kern van de brief is een informatieverzoek over Joodse kleinhandelaren die onder het bureau vielen, maar die op dat moment waren tewerkgesteld in het werkkamp Sellingerbeetse. Het bureau vraagt zich af of er mogelijkheden zijn voor hun ontslag uit het kamp en of het Marktwezen hiertoe al actie heeft ondernomen. De toon is strikt administratief, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de vervolging en tewerkstelling van Joodse burgers werd verwerkt in het dagelijkse bureaucratische apparaat. De brief suggereert dat het bureau deze handelaren wellicht nodig had voor de eigen bedrijfsvoering (de handel in schroot en afval was cruciaal voor de oorlogseconomie). De brief dateert van maart 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland in een stroomversnelling kwam. Vanaf januari 1942 werden Joodse mannen op grote schaal gedwongen tewerkgesteld in werkkampen in Noord- en Oost-Nederland, officieel onder auspiciën van de Rijksdienst voor de Werkverruiming, maar in feite als voorstadium van de deportaties naar de vernietigingskampen.

Sellingerbeetse (nabij Sellingen, Groningen) was een van deze 'Joodse' werkkampen. De mannen moesten daar zwaar lichamelijk werk verrichten, zoals graafwerkzaamheden en ontginning. In oktober 1942 werden de mannen uit bijna alle werkkampen (waaronder Sellingerbeetse) op transport gesteld naar kamp Westerbork, om vandaaruit naar Polen te worden gedeporteerd.

Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was een van de vele 'Rijksbureaus' die tijdens de bezetting de distributie en handel van grondstoffen reguleerden. Omdat Joodse ondernemers uit vele sectoren werden geweerd, maar in de kleinhandel in afvalstoffen vaak een belangrijke rol speelden, ontstonden er fricties tussen de economische belangen van de Rijksbureaus en de ideologische uitsluitingspolitiek van de bezetter. Deze brief getuigt van de administratieve pogingen om specifieke (vak)mensen uit de kampen te houden of te krijgen.

Samenvatting

Deze brief is een zakelijke correspondentie tussen twee overheidsinstanties tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De secretaris van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart) richt zich tot de directeur van het Amsterdamse Marktwezen.

De kern van de brief is een informatieverzoek over Joodse kleinhandelaren die onder het bureau vielen, maar die op dat moment waren tewerkgesteld in het werkkamp Sellingerbeetse. Het bureau vraagt zich af of er mogelijkheden zijn voor hun ontslag uit het kamp en of het Marktwezen hiertoe al actie heeft ondernomen. De toon is strikt administratief, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de vervolging en tewerkstelling van Joodse burgers werd verwerkt in het dagelijkse bureaucratische apparaat. De brief suggereert dat het bureau deze handelaren wellicht nodig had voor de eigen bedrijfsvoering (de handel in schroot en afval was cruciaal voor de oorlogseconomie).

Historische Context

De brief dateert van maart 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland in een stroomversnelling kwam. Vanaf januari 1942 werden Joodse mannen op grote schaal gedwongen tewerkgesteld in werkkampen in Noord- en Oost-Nederland, officieel onder auspiciën van de Rijksdienst voor de Werkverruiming, maar in feite als voorstadium van de deportaties naar de vernietigingskampen.

Sellingerbeetse (nabij Sellingen, Groningen) was een van deze 'Joodse' werkkampen. De mannen moesten daar zwaar lichamelijk werk verrichten, zoals graafwerkzaamheden en ontginning. In oktober 1942 werden de mannen uit bijna alle werkkampen (waaronder Sellingerbeetse) op transport gesteld naar kamp Westerbork, om vandaaruit naar Polen te worden gedeporteerd.

Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was een van de vele 'Rijksbureaus' die tijdens de bezetting de distributie en handel van grondstoffen reguleerden. Omdat Joodse ondernemers uit vele sectoren werden geweerd, maar in de kleinhandel in afvalstoffen vaak een belangrijke rol speelden, ontstonden er fricties tussen de economische belangen van de Rijksbureaus en de ideologische uitsluitingspolitiek van de bezetter. Deze brief getuigt van de administratieve pogingen om specifieke (vak)mensen uit de kampen te houden of te krijgen.

Locaties

's-Gravenhage (Paleisstraat 7)

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1