Typschrift op doorslagpapier (doorslag van een uitgaande brief).
Origineel
Typschrift op doorslagpapier (doorslag van een uitgaande brief). 17 maart 1942 (verzonden 19 maart 1942). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling in Amsterdam, zoals de Marktwezen of Politie). Den Heer Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau, Amsterdam. [Handgeschreven, schuin:] Verzonden 19/3
[Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
[Getypt:]
VD/HG.
den Heer Directeur van het
Gewestelijk Arbeidsbureau,
Passeerdersgracht 30-32,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 6.
18/3/59 M. 1 17 Maart 1942.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 6 Februari jl. No.18/3/43 M. heb ik de eer U in bijlage dezes een opgave te doen toekomen van de Joodsche venters, die tot nu toe in gebreke zijn gebleven om de hun verleende ventvergunningen in te leveren.
De Directeur, Dit document is een officiële zakelijke brief uit maart 1942. Het is een doorslag van een schrijven gericht aan de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amsterdam. De kern van de brief is de rapportage over "Joodsche venters" die hun vergunningen nog niet hebben ingeleverd.
Opvallende kenmerken:
* Handgeschreven kanttekeningen: De aantekening "Verzonden 19/3" bevestigt de daadwerkelijke verzending van het origineel. De krabbel rechtsboven lijkt "Inspecteur" te zijn, wat kan wijzen op de functionaris die verantwoordelijk was voor de controle.
* Toon: De brief hanteert de destijds gebruikelijke formele en eerbiedige toon ("heb ik de eer U..."). De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Vanaf 1941 voerden de nazi's een reeks anti-Joodse maatregelen in die bedoeld waren om Joden volledig te isoleren en uit het economische leven te bannen.
Een van deze maatregelen was het intrekken van ventvergunningen (vergunningen voor straathandel) voor Joodse burgers. Dit was een directe aanval op de bestaansmiddelen van vele Joodse Amsterdammers die werkzaam waren in de ambulante handel. De brief toont de bureaucratische medewerking van Nederlandse instanties bij de uitvoering van deze discriminerende maatregelen. Het niet inleveren van de vergunning door de "venters" kan gezien worden als een vorm van lijdelijk verzet of simpelweg het gevolg van de chaos en wanhoop waarin deze mensen verkeerden. Het Gewestelijk Arbeidsbureau speelde in die tijd een centrale rol in de registratie en tewerkstelling (en later de deportatie via de Arbeitseinsatz) van de bevolking. Marktwezen Politie
Samenvatting
Dit document is een officiële zakelijke brief uit maart 1942. Het is een doorslag van een schrijven gericht aan de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amsterdam. De kern van de brief is de rapportage over "Joodsche venters" die hun vergunningen nog niet hebben ingeleverd.
Opvallende kenmerken:
* Handgeschreven kanttekeningen: De aantekening "Verzonden 19/3" bevestigt de daadwerkelijke verzending van het origineel. De krabbel rechtsboven lijkt "Inspecteur" te zijn, wat kan wijzen op de functionaris die verantwoordelijk was voor de controle.
* Toon: De brief hanteert de destijds gebruikelijke formele en eerbiedige toon ("heb ik de eer U...").
Historische Context
De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Vanaf 1941 voerden de nazi's een reeks anti-Joodse maatregelen in die bedoeld waren om Joden volledig te isoleren en uit het economische leven te bannen.
Een van deze maatregelen was het intrekken van ventvergunningen (vergunningen voor straathandel) voor Joodse burgers. Dit was een directe aanval op de bestaansmiddelen van vele Joodse Amsterdammers die werkzaam waren in de ambulante handel. De brief toont de bureaucratische medewerking van Nederlandse instanties bij de uitvoering van deze discriminerende maatregelen. Het niet inleveren van de vergunning door de "venters" kan gezien worden als een vorm van lijdelijk verzet of simpelweg het gevolg van de chaos en wanhoop waarin deze mensen verkeerden. Het Gewestelijk Arbeidsbureau speelde in die tijd een centrale rol in de registratie en tewerkstelling (en later de deportatie via de Arbeitseinsatz) van de bevolking.