Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 13 april 1942 (gebaseerd op stempel "M. 1942 13/4"). S. Jas. № 78/3/77 M. 1942 13/4
Aan den Weledelgestr Heer
Daar ik altijd een standplaats had
in de Hazenbroekstraat en geen plaats
in mocht nemen op de Jodenmarkt
met planten vraag ik U beleefd of
U voor mij kan zorgen voor een
Standplaats op de Markt in de
Gaaspstraat als het niet mag met
Bloemen dan voor groenten en fruit
Daar ik s’ Zomers ook handelt in
Groenten en fruit, alle standplaats
houders moesten niet naar het kamp
En ik die niet op de Jodenmarkt
Mocht staan moest wel.
Bij voorbaat vriendelijk
Mijn dank
Hoog achtend
S. Jas.
R. W. K.
Gijzelte Kamer 7
Drente. De brief is geschreven door S. Jas (waarschijnlijk Salomon Jas), een Joodse marktkoopman die op het moment van schrijven gevangen zit in het werkkamp Gijzelte in Drenthe.
De kern van zijn verzoek is een poging om vrij te komen uit het kamp door middel van een officiële werkvergunning (standplaats). Jas legt uit dat hij voorheen een standplaats had in de Hazenbroekstraat (Amsterdam), maar dat hij geen plek kreeg op de speciaal ingestelde 'Jodenmarkt'. Hij kaart een wrange ongelijkheid aan: kooplieden die wél een standplaats op de Jodenmarkt hadden bemachtigd, kregen (voorlopig) vrijstelling van tewerkstelling in de kampen ("alle standplaats houders moesten niet naar het kamp"). Omdat hij geen plek kreeg toegewezen, werd hij wel weggevoerd. Hij verzoekt nu om een standplaats op de markt in de Gaaspstraat, voor bloemen of groenten, in de hoop zo zijn vrijheid te herwinnen. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische strijd die Joodse Nederlanders voerden tijdens de bezetting om deportatie of tewerkstelling te voorkomen.
- Segregatie op de markt: Vanaf medio 1941 mochten Joodse marktkooplieden in Amsterdam alleen nog op specifieke 'Jodenmarkten' staan (zoals de Gaaspstraat en het Waterlooplein).
- Rijkswerkkampen: Vanaf januari 1942 werden Joodse mannen via de arbeidsbureau-constructie naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland gestuurd (de Rijkswerkkampen, R.W.K.). Gijzelte (nabij Vries) was een van deze kampen.
- Vrijstellingen (Sperren): Een officiële werkvergunning of een onmisbare functie in de stad kon leiden tot een tijdelijke vrijstelling van kamp-arbeid. De schrijver probeert hier via de weg van de standplaatsvergunning een dergelijke 'Sperre' te verkrijgen.
- Afloop: Voor de meeste mannen in kamp Gijzelte liep dit tragisch af; in oktober 1942 werden de werkkampen ontruimd en werden de gevangenen naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in het oosten gedeporteerd. S. Jas (Salomon Jas) staat in de archieven van de Oorlogsgravenstichting geregistreerd als overleden in Auschwitz, augustus 1942. Dit verzoekschrift heeft zijn lot dus helaas niet kunnen wenden. K.
Samenvatting
De brief is geschreven door S. Jas (waarschijnlijk Salomon Jas), een Joodse marktkoopman die op het moment van schrijven gevangen zit in het werkkamp Gijzelte in Drenthe.
De kern van zijn verzoek is een poging om vrij te komen uit het kamp door middel van een officiële werkvergunning (standplaats). Jas legt uit dat hij voorheen een standplaats had in de Hazenbroekstraat (Amsterdam), maar dat hij geen plek kreeg op de speciaal ingestelde 'Jodenmarkt'. Hij kaart een wrange ongelijkheid aan: kooplieden die wél een standplaats op de Jodenmarkt hadden bemachtigd, kregen (voorlopig) vrijstelling van tewerkstelling in de kampen ("alle standplaats houders moesten niet naar het kamp"). Omdat hij geen plek kreeg toegewezen, werd hij wel weggevoerd. Hij verzoekt nu om een standplaats op de markt in de Gaaspstraat, voor bloemen of groenten, in de hoop zo zijn vrijheid te herwinnen.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische strijd die Joodse Nederlanders voerden tijdens de bezetting om deportatie of tewerkstelling te voorkomen.
- Segregatie op de markt: Vanaf medio 1941 mochten Joodse marktkooplieden in Amsterdam alleen nog op specifieke 'Jodenmarkten' staan (zoals de Gaaspstraat en het Waterlooplein).
- Rijkswerkkampen: Vanaf januari 1942 werden Joodse mannen via de arbeidsbureau-constructie naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland gestuurd (de Rijkswerkkampen, R.W.K.). Gijzelte (nabij Vries) was een van deze kampen.
- Vrijstellingen (Sperren): Een officiële werkvergunning of een onmisbare functie in de stad kon leiden tot een tijdelijke vrijstelling van kamp-arbeid. De schrijver probeert hier via de weg van de standplaatsvergunning een dergelijke 'Sperre' te verkrijgen.
- Afloop: Voor de meeste mannen in kamp Gijzelte liep dit tragisch af; in oktober 1942 werden de werkkampen ontruimd en werden de gevangenen naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in het oosten gedeporteerd. S. Jas (Salomon Jas) staat in de archieven van de Oorlogsgravenstichting geregistreerd als overleden in Auschwitz, augustus 1942. Dit verzoekschrift heeft zijn lot dus helaas niet kunnen wenden.