Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 16 april 1942 (ontvangen op 20 april 1942). Een bewoner van de Rapenburgerstraat 98 II, Amsterdam (naam niet expliciet vermeld in de ondertekening op deze zijde, maar verzonden vanuit een Joods werkkamp). Afdeling Marktwezen Amsterdam. № 10/3/79 M. 1942 20/4
Vletten 16/4/42 ontv.
Marktwezen Amsterdam
M. M.
Naar aanleiding ik in het bezit ben van een lompenventverg:
en een Rijkslompenverg:
Doe ik U beleefd verzoeken mij in de gelegenheid te willen stellen weer te kunnen venten. Ik ben nu in een Joodsch Werkkamp geplaatst en ben voor dit werk absoluut niet geschikt.
Ik heb noodende naar het Rijks bureau voor Oude Materialen en afvalstoffen geschreven en ik ontving een schrijven dat ik mij met Uw kantoor in verbinding moest stellen.
Mijn vergunningen liggen gedeponeerd in het Bureau voor Sociale zaken Marnixstraat
Mijn Woonadres luidt
Rapenburgerstraat 98 II
Amsterdam * Handschrift: Het betreft een vlot, enigszins gehaast maar duidelijk leesbaar handschrift in inkt.
* Inhoud: De schrijver verzoekt de instantie 'Marktwezen' om hem toe te staan zijn beroep als lompenventer weer uit te oefenen. De kern van het betoog is dat hij momenteel in een 'Joodsch Werkkamp' verblijft, maar zichzelf fysiek ongeschikt acht voor het zware werk daar. Hij probeert via zijn officiële vergunningen (lompen- en rijkslompenvergunning) een weg terug te vinden naar zijn oude bestaan in Amsterdam.
* Terminologie:
* Lompenventverg: Afkorting voor lompenventvergunning.
* Venten: Het langs de deuren verkopen of ophalen van goederen.
* M.M.: Afkorting voor 'Mijne Heren'.
* Gedeponeerd: In bewaring gegeven; in dit geval liggen zijn vergunningen bij de sociale dienst aan de Marnixstraat omdat hij tewerkgesteld is. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische wanhoop tijdens de Duitse bezetting in 1942. In deze periode werden duizenden Joodse mannen uit Amsterdam weggevoerd naar werkkampen in Nederland (de zogenaamde 'Werkverruiming').
De schrijver woont in de Rapenburgerstraat, een straat in het hart van de toenmalige Jodenbuurt. Het verhandelen van oude materialen en lompen was een veelvoorkomend beroep onder de armere Joodse bevolking. De brief toont aan hoe individuen probeerden de officiële wegen te bewandelen om aan de dwangarbeid te ontsnappen, door aan te tonen dat zij een economisch nut hadden of over de juiste papieren beschikten.
De datum (april 1942) is cruciaal: dit is slechts enkele maanden voordat de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in het oosten (Polen) begonnen. De werkkampen in Nederland dienden in veel gevallen als een voorstadium voor deportatie naar Westerbork. Het archiefstempel "Marktwezen" herinnert eraan dat de gemeentelijke diensten van Amsterdam tijdens de bezetting bleven functioneren en nauwgezet dergelijke verzoeken administreerden, vaak met fatale gevolgen voor de verzoeker als de "vrijstelling" werd afgewezen. M. Marktwezen