Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier. Mijnheer ik sou hier een heleboel
meer kunnen schrijven over de
situatie waarin ik verkeer
Mogelijk maak ik een kans
want ik verlang erg naar mijn
vrouw en kinderen
U Bij Voorbaat Dankend
Hoogachtend
M. Blitz
Werkkamp te Vledder
Barak F Drente
Nummer Ventvergunning
2/189 De tekst is een aangrijpende smeekbede van een man genaamd M. Blitz, die op dat moment verbleef in het werkkamp Vledder. De schrijver zinspeelt op de moeilijke omstandigheden ("de situatie waarin ik verkeer") maar weidt hier niet over uit, mogelijk uit angst voor censuur of in de hoop op een snelle gunstige beslissing. De kern van zijn verzoek is het verlangen naar zijn gezin ("vrouw en kinderen").
Onderaan de brief vermeldt de auteur zijn "Ventvergunning" met nummer. Tijdens de bezetting probeerden veel Joodse mannen hun legale status als zelfstandig ondernemer of arbeider te gebruiken als bewijs dat zij 'onmisbaar' waren voor de economie, in de hoop op een vrijstelling van verdere deportatie (een zogenaamde 'Sperre'). Het vermelden van dit nummer suggereert dat deze brief gericht was aan een instantie die over dergelijke vergunningen of vrijstellingen besliste. Werkkamp Vledder was een van de 'Rijkswerkkampen' in Drenthe. Vanaf januari 1942 werden deze kampen ingezet als verzamelplaatsen voor Joodse mannen. Hoewel het officieel om werkverschaffing ging, was het een voorstadium van de Holocaust in Nederland. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de mannen uit deze kampen, waaronder Vledder, afgevoerd naar kamp Westerbork. Van daaruit volgde voor de overgrote meerderheid deportatie naar de vernietigingskampen in Polen. De hoop die uit deze brief spreekt ("Mogelijk maak ik een kans"), is in historisch perspectief zeer wrang, gezien het lot dat de meeste gevangenen van deze kampen wachtte. M. Blitz
Samenvatting
De tekst is een aangrijpende smeekbede van een man genaamd M. Blitz, die op dat moment verbleef in het werkkamp Vledder. De schrijver zinspeelt op de moeilijke omstandigheden ("de situatie waarin ik verkeer") maar weidt hier niet over uit, mogelijk uit angst voor censuur of in de hoop op een snelle gunstige beslissing. De kern van zijn verzoek is het verlangen naar zijn gezin ("vrouw en kinderen").
Onderaan de brief vermeldt de auteur zijn "Ventvergunning" met nummer. Tijdens de bezetting probeerden veel Joodse mannen hun legale status als zelfstandig ondernemer of arbeider te gebruiken als bewijs dat zij 'onmisbaar' waren voor de economie, in de hoop op een vrijstelling van verdere deportatie (een zogenaamde 'Sperre'). Het vermelden van dit nummer suggereert dat deze brief gericht was aan een instantie die over dergelijke vergunningen of vrijstellingen besliste.
Historische Context
Werkkamp Vledder was een van de 'Rijkswerkkampen' in Drenthe. Vanaf januari 1942 werden deze kampen ingezet als verzamelplaatsen voor Joodse mannen. Hoewel het officieel om werkverschaffing ging, was het een voorstadium van de Holocaust in Nederland. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de mannen uit deze kampen, waaronder Vledder, afgevoerd naar kamp Westerbork. Van daaruit volgde voor de overgrote meerderheid deportatie naar de vernietigingskampen in Polen. De hoop die uit deze brief spreekt ("Mogelijk maak ik een kans"), is in historisch perspectief zeer wrang, gezien het lot dat de meeste gevangenen van deze kampen wachtte.