Handgeschreven administratieve notitie op een voorgedrukte strook/formulier (Bijblad).
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie op een voorgedrukte strook/formulier (Bijblad). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 18 / 5 / 79 1942
DOORGEZONDEN: 20/4-'42
[Rechtsboven handgeschreven nummer]
326
[Midden tekst]
Verzoek moet m. i. worden inge-
diend bij Gewestelijk Arbeidsbureau
een en ander kan per adreskaart worden
bericht.
22-4-'42
de Haen
[Onder de Haen]
bij Bureau Sociale Zaken
afd. Werkverruiming
Th. de Vries Galerij 110 [?]
[Linksonder]
Is naar werkverruiming
Galerij verwezen
30/4 '42 [Paraaf]
[Rechtsonder]
m. i. familie op adres
Rapenburgerstraat 98 – opgeroepen
"in dezer dagen" 13 20/4 '42
en dit mededeelen
aan loket HD 26/4 '42 Dit document is een ambtelijk overlegblad (bijblad) betreffende een aanvraag of dossier in het kader van de "Werkverruiming" in bezet Amsterdam.
- Procedure: Ambtenaar 'de Haen' adviseert op 22 april 1942 dat een verzoek moet worden ingediend bij het Gewestelijk Arbeidsbureau.
- Werkverruiming: De term "Werkverruiming" verwees oorspronkelijk naar werkgelegenheidsprojecten voor werklozen, maar kreeg in 1942 een sinistere bijklank. Joodse Amsterdammers werden via deze afdeling vaak tewerkgesteld in werkkampen, wat veelal een voorstadium was van deportatie.
- Galerij: De verwijzing naar "Galerij" duidt op de kantoren van de Amsterdamse sociale dienst die destijds gevestigd waren in de Galerij van het Paleis voor Volksvlijt.
- Individueel geval: De notitie rechtsonder is cruciaal. Er wordt melding gemaakt van een familie op de Rapenburgerstraat 98. Dit was een adres in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam. Er staat genoteerd dat zij "in dezer dagen" zijn opgeroepen (waarschijnlijk voor tewerkstelling of transport). De instructie is om dit aan het loket te melden. Het document dateert van april 1942, een kantelmoment in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. In deze periode werden de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties geïntensiveerd. De Rapenburgerstraat was een centrum van Joods leven; nummer 98 was een woonhuis in deze straat.
De administratieve nuchterheid van het document (verwijzingen naar loketten, adreskaarten en procedures) staat in schril contrast met de menselijke realiteit achter de "oproepen" in 1942. Het illustreert hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie verweven raakte met de uitvoering van maatregelen van de bezetter. Het Bureau Sociale Zaken speelde hierin een rol door het bijhouden van gegevens over wie wanneer was opgeroepen voor de Joodse werkkampen of deportatie. M. No Gemeente Amsterdam