Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 472
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel inspectierapport van de marktpolitie/marktwezen.

23 april 1942.

Origineel

Officieel inspectierapport van de marktpolitie/marktwezen. 23 april 1942. [Stempel bovenin:] № 18/3/80 M. 1942 23/4 [Handgeschreven nummers rechtsboven: 338 / 421]

Rapport
Betreffende
Joodsche standplaatsen.

[Stempel:] Gezien [met paraaf]

Den Heer Inspecteur.

Bij contrôle van de in de lijst № 223 I.M. 4/4 27. genoemde Joodsche standplaatsen werden slechts 4 daarvan, door de plaatshouders bezet, aangetroffen.
Volgens eigen verklaring waren deze kooplieden geheel ter goeder trouw. Drie van hen n.l.
R. Buitenkant Slaag. geb. 8-9-79 standpl. Lepelstr. h Weesperstr 128.
D. Datsch. geb. 16-4-76. standpl. Nw. Kerkstraat 79
M. Krammer. geb. - standpl. Lepelstr. 32 hs.
meenden dat zij in het voor Joodsche standplaatshouders aangewezen gedeelte der stad (zooals wordt omschreven in № 18/3/29 M 1942 25/2) hun standplaats mochten bezetten, terwijl de vierde koopman n.l.
S. Klaas geb. - standpl. Weesperzijde t/o 55/57.
verklaarde eenigen tijd na het oorspronkelijk verbod, tot het innemen van een standplaats door Joodsche kooplieden, bij informatie aan het bureau van Politie in de Linnaeusstraat de mededeeling had gekregen, dat hij van zijn standplaats weer het normale gebruik mocht maken.
Op geen der standplaatsen werd een vervanger (Strooman) voor een Joodsch standplaats houder aangetroffen.

Amsterdam, 23 April 1942.
de Contr. Marktoprichter
[Ondertekening: F.H. de Vries]

[Kantlijn links:]
Gezien 27-4-42 de Heer
Er schijnt bij hen verwarring te zijn geweest nu dat plaatshouden in hunne eigen buurt mocht plaatsvinden - maar dat voor andere plaatsen de plaatsen moesten worden verlaten. (5-4-42)

[Onderaan links:]
aantal controles noteeren. Dir. in rapport kennis laten nemen! 27-4-42 de Heer

[Rode aantekening rechtsonder:]
In dossier geen controleur beschikbaar 11-5-42 [Paraaf]

[Stempel rechtsonder:]
nachrichten 7-5-42

--- Dit document is een administratief verslag van de Amsterdamse marktinspectie tijdens de Duitse bezetting. Het rapport illustreert de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen.

  1. Handhaving van segregatie: De kern van het rapport gaat over het controleren of Joodse kooplui zich houden aan de beperkingen die hen zijn opgelegd. Joden mochten in deze periode alleen nog op specifiek aangewezen plekken (vaak in de eigen buurt of op speciale 'Jodenmarkten') hun beroep uitoefenen.
  2. Verwarring onder de getroffenen: De inspecteur merkt op dat de aangetroffen kooplieden "ter goeder trouw" handelden. Dit wijst op de constante stroom aan nieuwe verordeningen die voor de getroffenen vaak onduidelijk of tegenstrijdig waren (zoals het voorbeeld van S. Klaas die bij de politie in de Linnaeusstraat onjuiste informatie had gekregen).
  3. Zoektocht naar 'Stroomannen': De expliciete vermelding dat er geen "Strooman" (een niet-Joodse tussenpersoon die de zaak formeel overnam om onteigening te voorkomen) is aangetroffen, laat zien dat de bezetter en de meewerkende instanties scherp controleerden op pogingen om de anti-Joodse economische wetgeving te omzeilen.
  4. Bureaucratische afhandeling: De diverse krabbels, stempels en data tonen hoe het rapport door verschillende handen ging (de Inspecteur, de Directeur, het dossier). De rode aantekening over het gebrek aan controleurs wijst op een tekort aan personeel voor de handhaving.

--- In april 1942, de maand waarin dit rapport is opgesteld, werd de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving steeds radicaler. Kort na deze datum, op 3 mei 1942, werd de Jodenster verplicht gesteld.

Joodse markthandelaren waren op dat moment al grotendeels uit de reguliere handel verdrongen. Ze mochten hun waren alleen nog verkopen aan andere Joden op strikt afgebakende locaties. De locaties die in het rapport genoemd worden (Lepelstraat, Nieuwe Kerkstraat), liggen in de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam. De genoemde personen in het rapport liepen groot gevaar; kort na dit rapport, vanaf juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen.

Samenvatting

Dit document is een administratief verslag van de Amsterdamse marktinspectie tijdens de Duitse bezetting. Het rapport illustreert de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen.

  1. Handhaving van segregatie: De kern van het rapport gaat over het controleren of Joodse kooplui zich houden aan de beperkingen die hen zijn opgelegd. Joden mochten in deze periode alleen nog op specifiek aangewezen plekken (vaak in de eigen buurt of op speciale 'Jodenmarkten') hun beroep uitoefenen.
  2. Verwarring onder de getroffenen: De inspecteur merkt op dat de aangetroffen kooplieden "ter goeder trouw" handelden. Dit wijst op de constante stroom aan nieuwe verordeningen die voor de getroffenen vaak onduidelijk of tegenstrijdig waren (zoals het voorbeeld van S. Klaas die bij de politie in de Linnaeusstraat onjuiste informatie had gekregen).
  3. Zoektocht naar 'Stroomannen': De expliciete vermelding dat er geen "Strooman" (een niet-Joodse tussenpersoon die de zaak formeel overnam om onteigening te voorkomen) is aangetroffen, laat zien dat de bezetter en de meewerkende instanties scherp controleerden op pogingen om de anti-Joodse economische wetgeving te omzeilen.
  4. Bureaucratische afhandeling: De diverse krabbels, stempels en data tonen hoe het rapport door verschillende handen ging (de Inspecteur, de Directeur, het dossier). De rode aantekening over het gebrek aan controleurs wijst op een tekort aan personeel voor de handhaving.

Historische Context

In april 1942, de maand waarin dit rapport is opgesteld, werd de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving steeds radicaler. Kort na deze datum, op 3 mei 1942, werd de Jodenster verplicht gesteld.

Joodse markthandelaren waren op dat moment al grotendeels uit de reguliere handel verdrongen. Ze mochten hun waren alleen nog verkopen aan andere Joden op strikt afgebakende locaties. De locaties die in het rapport genoemd worden (Lepelstraat, Nieuwe Kerkstraat), liggen in de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam. De genoemde personen in het rapport liepen groot gevaar; kort na dit rapport, vanaf juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

I. Aap Zwanenburgwal Nwe Prinsengrt. t/o No. 69
E. Abrahams Waterlooplein den vleugel v/d brug over de Singelgrt. voor het Weesperplein.
A.V. de Jong Waterlooplein 6.12.'89
A. Hes Waterlooplein belasting heffing.
G. Degens Waterlooplein waarschijnlijk overleden
A. Judels Waterlooplein 29. 4.'09
A. Mok Waterlooplein belasting heffing
A. Mok Belastingheffing
A. Mol } belastingheffing
L. Allegro Waterlooplein bij het Gem. Zwembad "Het Nieuwe Diep".
A.M. Groenewoudt Waterlooplein 21. 4.'[9]3
M. Aronson meerdere Tilanusstr. voor No. 57
A. Schootranger
A. Smeragk
A. Tas Waterlooplein "
A. Vischschoonmaker Waterlooplein "
V. Smeerdijk Waterlooplein
S. Bacharach Waterlooplein Rembrandtspl. t/o No. 4-6.
B. Brijnisma
M.S. Adviseerde Waterlooplein Mosplein t/o No. 28
I. Beesemer Waterlooplein Weesperzijde bij den toegangsweg naar het tuindorp Watergraafsmeer.
S. Beesemer Waterlooplein A. Nieuwmarkt t/o No. 5<br>B. Nieuwmarkt t/o No. 1.
P. v. d. Berg Waterlooplein J.D. Meijerplein t/o No. 20
Ph. van de Berg (aanvrager) Waterlooplein 's-Gravesandeplein
M. Beugeltas meerdere Nw. Keizersgrt. t/o Z.W. vleugel v/d brug voor Weesperstr. t/o perc. N. Keizersgrt. 74
Sara Biet - Schelvis Waterlooplein J. Evertsenstr. t/o No. 72
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1