Officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officiële brief/ambtelijke correspondentie. 13 januari 1942. Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (De Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden, de Gemachtigde voor de stad Amsterdam). De Burgemeester van de Gemeente Amsterdam. [Stempel linksboven, rood]: № 100/40 A.Z. 1942
[Embleem]: Rijksadelaar met swastika in een krans.
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
Akt. Verw.
[Stempel rechtsboven, paars]: № 94/4 L.M. 1942 17/1
AMSTERDAM, den 13.1.1942.
An den
Herrn Bürgermeister der Gemeinde
Amsterdam,
A m s t e r d a m,
Rathaus.
Betr.: Jüdischen Strassenhändler
Meyer S w e l l h e i m.
Im Anschluss an mein Schreiben vom 10.1.1942
übersende ich den "Omslag Marktwezen Amsterdam", der dem
Juden Meyer S w e l l h e i m nachträglich noch entnommen
wurde.
In Vertretung:
[Handtekening: Schroeder?]
[Stempel linksonder, rood]:
NR 100/10 A Z. 1942
van Burgemeester naar [Handgeschreven]: weth. L. M. t.v.b.
Datum [Gestempeld]: 16 JAN. 1942 [Handgeschreven]: k.
[Stempel onderaan midden, paars]: № 10/3/14 M. 1942 20/1
[Stempel rechtsonder, paars met handgeschreven toevoeging]:
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur van het Markt-
wezen om advies / [Handgeschreven]: ter verdere behande-
ling.
A'dam, 19 Januari 1942 Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische efficiëntie waarmee de onteigening en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam werd uitgevoerd.
- Duits-Nederlandse samenwerking: De brief is afkomstig van de Duitse 'Beauftragte' (Gemachtigde) voor Amsterdam, de nazi-functionaris die toezicht hield op het Amsterdamse gemeentebestuur. De brief is in het Duits gesteld, maar de afhandeling gebeurt via de reguliere Nederlandse ambtelijke kanalen (burgemeester, wethouder, directeur Marktwezen).
- Terminologie: De persoon in kwestie wordt expliciet aangeduid als "dem Juden Meyer Swellheim". Dit getuigt van de rassenwetten die op dat moment volledig van kracht waren; iemands identiteit en rechten werden gereduceerd tot hun 'Joods-zijn'.
- Onderwerp: Het gaat om een "Omslag Marktwezen" die hem "nachträglich noch entnommen wurde" (later nog is afgenomen). Dit duidt op de systematische uitsluiting van Joden uit het economische leven; zij mochten hun beroep (zoals straathandelaar) niet meer uitoefenen en hun vergunningen en administratieve bescheiden werden geconfisqueerd. In januari 1942 was de vervolging van Joden in Nederland in een versnellende fase beland. Vanaf mei 1941 waren Joden al verboden op markten en in vele takken van straathandel. Meyer Swaalheim (de waarschijnlijke juiste spelling van de naam in de archieven) was een van de vele duizenden Amsterdammers wiens levensonderhoud door deze maatregelen werd vernietigd.
De brief illustreert hoe de 'kleine bureaucratie' — het rondsturen van een dossieroverdracht tussen verschillende afdelingen zoals Marktwezen en het bureau van de Wethouder van Levensmiddelen — essentieel was voor de uitvoering van de Holocaust. Het document toont de overgang van de inbeslagname door de bezetter naar de administratieve verwerking door het Nederlandse apparaat.