Getypte doorslag/afschrift van een proces-verbaal of rapport (Niederschrift).
Origineel
Getypte doorslag/afschrift van een proces-verbaal of rapport (Niederschrift). 16 januari 1942 (datum van het afschrift), met betrekking tot gebeurtenissen op 13 januari 1942. ABSCHRIFT Amsterdam, den 16.1.1942.
Nº - 94/8 L.M. 1942 [handgeschreven: 21/1]
N I E D E R S C H R I F T .
Am 13.1.1942 habe ich in der Garage im Hause Gevert Flinckstraat 146, 35 Kisten Äpfel beschlagnahmt. Wie sich heraus stellte, gehörte diese Äpfel dem Juden Samuel Z o u t e , geb. 21.4.1908, wohnhaft Amsterdam, Louis Bothastr. 12. Zoute hat die Äpfel am 10.1.42 / [handgeschreven: bei] dem Obstgroßhändler Michael M a t t h a e i , wohnhaft l. Hugo de Grootstraat 16/I, gekauft und zwar
18 Kisten Goldrenetten I 50 ct. per Kilo
3 " " II,stek, 25 ct. per Kilo
4 " Sternäpfel, 25 ct. per Kilo
8 " Bellefleurs I, 25 ct. per Kilo
3 " " II, 15 ct. per Kilo
6 " Koningzoet, 30 ct. per Kilo.
Obwohl am 9.10.41 bereits der jüdische Straßenhandel verboten wurde hat Zoute noch am 12.10.41, 7 der genannten Kisten mit Äpfel im Straßenhandel in der Ceintuurbaan und Umgebung verkauft. Hierbei hat er nach seinen Angaben 60 ct. bezw. 35 ct. per Kilo genommen. Mit Rücksicht auf die Qualität der Äpfel ist dieser Preis viel zu hoch.
Der Großhändler Michael Matthaei hat nach seinen Angaben am 9.1.1942 von der N.V. Betuwsche Handelsvereeniging K e s t e r e n 224 Kisten Äpfel zugewiesen bekommen. Von dieser Sendung sollen angeblich u.a. die an Zoute weiter gegebenen Äpfel stammen. Ausserdem hat er an den Juden de H o n d am Waterlooplein, ferner an den Händler S c h a l m und an einen Händler H e n k in Haarlem eine ganze Reihe dieser Äpfel verkauft. Matthaei ist sich darüber klar, dass er die von der Inspectie voor Prijsbeheersching festgesetzten Höchstpreise für Großhändler wesentlich überschritten hat.
gez.: F i s c h e r
Inspektor.
Für die Richtigkeit der Abschrift:
[Handtekening Fischer]
Inspektor.
[Rode stempel: 20 JAN. 1942] [Handgeschreven blauw: Rétocé] Dit document is een officieel verslag (Niederschrift) van een inspecteur genaamd Fischer over de inbeslagname van 35 kisten appels en de daaropvolgende vervolging van de betrokken handelaren. De kern van de zaak is tweeledig:
1. Overtreding van anti-joodse verordeningen: Samuel Zoute, een joodse man, wordt beschuldigd van illegale straathandel. Volgens het document was dit voor joden verboden sinds 9 oktober 1941.
2. Economische delicten: Zowel Zoute als de groothandelaar Michael Matthaei worden beschuldigd van prijsopdrijving. Matthaei verkocht appels boven de door de 'Inspectie voor Prijsbeheersching' vastgestelde maximumprijzen.
Het document geeft een gedetailleerd overzicht van de appelsoorten (Goldrenetten, Sternäpfel, Bellefleurs, Koningzoet) en de gehanteerde prijzen. Het illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de bezetter de zwarte markt en de economische activiteiten van de joodse bevolking controleerde. De adressen (Govert Flinckstraat, Louis Bothastraat, Hugo de Grootstraat) plaatsen de gebeurtenissen midden in het dagelijks leven van het bezette Amsterdam. Het document dateert van januari 1942, een cruciale fase in de bezetting van Nederland. In deze periode nam de uitsluiting van joden uit het openbare en economische leven drastisch toe. Het verbod op straathandel voor joden (genoemd als 9-10-1941) was een van de vele maatregelen om hen hun middelen van bestaan te ontnemen.
De schaarste aan voedsel en goederen leidde tot een bloeiende zwarte markt en enorme prijsstijgingen. De 'Inspectie voor de Prijsbeheersching' was een Nederlands overheidsorgaan dat onder toezicht van de bezetter probeerde de inflatie en woekerprijzen te beteugelen. In de praktijk werd dergelijke wetgeving vaak strenger gehandhaafd tegenover joodse burgers als extra instrument voor vervolging.
Voor personen als Samuel Zoute kon een dergelijke "economische overtreding" fatale gevolgen hebben; het leidde vaak niet alleen tot boetes of inbeslagname, maar ook tot arrestatie en deportatie naar strafkampen of de vernietigingskampen in het oosten. De zakelijke, bijna banale toon van het rapport over appels staat in schril contrast met de vreselijke persoonlijke gevolgen die dergelijke rapportages in die tijd hadden. N.V. Betuwsche