Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 26 augustus 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam). Den Heer R. Baumstein, verblijvend in Rijks Werkkamp Gijsselte. [Linksboven, handgeschreven:] Verzonden 26/8
[Rechtsboven, getypt:] HB.
den Heer R. Baumstein,
Rijks Werkkamp,
Afdeeling 5,
Gijsselte/Hoogeveen.
20/21/2 M. 26 Augustus 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 dezer bericht ik U,
dat U zich ter verkrijging van een vaste plaats op een der open-
bare dagmarkten kunt laten inschrijven ten Hoofdkantore van mijn
Dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer R. Baumstein, verzonden op 10 augustus 1942. Baumstein informeerde blijkbaar naar de mogelijkheden om een vaste staanplaats op een van de Amsterdamse openbare dagmarkten te bemachtigen. De directeur van de betreffende dienst wijst hem op de procedure: inschrijving bij het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam (de locatie van de Centrale Markthallen).
Opvallend is de zakelijkheid van het schrijven, gezien de locatie waar de ontvanger verblijft. De brief is gericht aan een "Rijks Werkkamp", wat in de context van 1942 duidt op een gedwongen verblijfplaats voor Joodse mannen. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de zomer van 1942 werden duizenden Joodse mannen naar de zogenaamde 'Joodse werkkampen' in Noord- en Oost-Nederland gestuurd, waaronder kamp Gijsselte (nabij Pesse/Hoogeveen). Deze kampen werden geëxploiteerd door de Rijksdienst voor de Werkverruiming, maar stonden onder direct toezicht van de bezetter.
De ontvanger, de heer Baumstein, probeerde blijkbaar vanuit het kamp zijn zakelijke belangen in Amsterdam te behartigen of een toekomst na het kamp veilig te stellen. De wrange realiteit is dat de meeste mannen uit deze werkkampen begin oktober 1942 werden weggevoerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in het oosten. De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was het administratieve hart van het Amsterdamse marktwezen, een sector die tijdens de bezetting zwaar getroffen werd door anti-Joodse maatregelen, waaronder het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan. De toon van de brief suggereert een strikt bureaucratische afhandeling zonder rekening te houden met de specifieke (en hachelijke) omstandigheden van de geadresseerde. R. Baumstein Marktwezen
Samenvatting
De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer R. Baumstein, verzonden op 10 augustus 1942. Baumstein informeerde blijkbaar naar de mogelijkheden om een vaste staanplaats op een van de Amsterdamse openbare dagmarkten te bemachtigen. De directeur van de betreffende dienst wijst hem op de procedure: inschrijving bij het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam (de locatie van de Centrale Markthallen).
Opvallend is de zakelijkheid van het schrijven, gezien de locatie waar de ontvanger verblijft. De brief is gericht aan een "Rijks Werkkamp", wat in de context van 1942 duidt op een gedwongen verblijfplaats voor Joodse mannen.
Historische Context
Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de zomer van 1942 werden duizenden Joodse mannen naar de zogenaamde 'Joodse werkkampen' in Noord- en Oost-Nederland gestuurd, waaronder kamp Gijsselte (nabij Pesse/Hoogeveen). Deze kampen werden geëxploiteerd door de Rijksdienst voor de Werkverruiming, maar stonden onder direct toezicht van de bezetter.
De ontvanger, de heer Baumstein, probeerde blijkbaar vanuit het kamp zijn zakelijke belangen in Amsterdam te behartigen of een toekomst na het kamp veilig te stellen. De wrange realiteit is dat de meeste mannen uit deze werkkampen begin oktober 1942 werden weggevoerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in het oosten. De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was het administratieve hart van het Amsterdamse marktwezen, een sector die tijdens de bezetting zwaar getroffen werd door anti-Joodse maatregelen, waaronder het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan. De toon van de brief suggereert een strikt bureaucratische afhandeling zonder rekening te houden met de specifieke (en hachelijke) omstandigheden van de geadresseerde.