Administratief bijblad/fiche, waarschijnlijk afkomstig uit de administratie van de Joodsche Raad voor Amsterdam.
Origineel
Administratief bijblad/fiche, waarschijnlijk afkomstig uit de administratie van de Joodsche Raad voor Amsterdam. [Linksboven in kader]
B I J B L A D V A N :
M. No. 20/21/1 1942
DOORGEZONDEN: 13/8
[Midden boven, handgeschreven]
Broer, E. Baumstein
heeft voorkeurskaart
Dapperstraat.
[Rechtsboven]
589
Met de overlegging
aan Beauftragten
14-8-'42
[Midden, grote cursieve aantekening, deels onleesbaar]
[onleesbaar] 26
te deels [onleesbaar]
[Midden onder de krabbel]
(Hongaarsche Jood)
[Centrale tekst]
Aan E. Baumstein is een voorkeurs-
kaart verstrekt naar analogie van
het geval "Moritz Bergmann": zie
hiervoor brief nr. 18/3/92 dd 42
[Onderaan, diverse krabbels]
dus m. i. v. Leon
aan R. Baumstein [rechts daarvan:] 19/8 '42
zover meer
een plaats op
een met
Joodsche raad
voor verdeeld
19-8-'42 [paraf]
Ja [in rood potlood]
[Linksonder, voorgedrukte tekst]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document legt een ambtelijke beslissing vast betreffende de status van de familie Baumstein in de zomer van 1942. De essentie is de toekenning van een "voorkeurskaart". In de context van de Jodenvervolging was dit een felbegeerd document dat de houder (vaak tijdelijk) vrijstelde van deportatie naar de concentratie- en vernietigingskampen.
De toekenning gebeurt op basis van "analogie": de situatie van Baumstein wordt gelijkgesteld aan die van "Moritz Bergmann". De toevoeging "(Hongaarsche Jood)" is hierbij cruciaal. Hongarije was een bondgenoot van nazi-Duitsland, waardoor Hongaarse staatsburgers in het bezette Nederland aanvankelijk een iets betere bescherming genoten dan Nederlandse of stateloze Joden. Het document refereert aan een specifiek dossier of brief (nr. 18/3/92) die blijkbaar als juridisch precedent diende voor deze groep.
Onderaan lijkt sprake te zijn van de praktische afhandeling: de kaart of de status wordt "verdeeld" via de Joodsche Raad. De datum 14 tot 19 augustus 1942 is saillant; dit was de periode waarin de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam in volle gang waren en de strijd om vrijstellingen ("Sperren") een kwestie van leven of dood was. Tijdens de bezetting probeerde de Joodsche Raad, onder druk van de Duitsers maar ook uit noodzaak voor de eigen gemeenschap, lijsten bij te houden van personen die vanwege hun functie of nationaliteit 'onmisbaar' waren of een speciale status hadden.
Hongaarse Joden vielen onder een specifieke categorie. Totdat Duitsland in 1944 Hongarije zelf bezette, probeerde de Hongaarse regering haar onderdanen in het buitenland soms te beschermen. In de praktijk leidde dit in Nederland tot de zogenaamde "Hongaarse lijst".
De vermelding van Moritz Bergmann is historisch relevant; hij was een bekende figuur wiens status als Hongaar leidde tot complexe juridische procedures bij de Beauftragte (de Duitse civiele bestuurders). Zijn dossier werd blijkbaar gebruikt als standaard om te bepalen wie er nog meer aanspraak kon maken op bescherming. De Dapperstraat, genoemd bovenaan de kaart, was een hart van de Joodse buurt in Amsterdam-Oost, waar op dat moment dagelijks razzia's plaatsvonden. E. Baumstein M. No R. Baumstein