Handgeschreven brief (ingekomen correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (ingekomen correspondentie). 24 september 1942 (stempel); de tekst verwijst naar een brief van "17 dezer". M. Korper-Soep, woonachtig aan de Valkenburgerstraat 57 II, Amsterdam. 820
Aan den Directeur van het
Marktwezen. Amsterdam
Jan van Galenstraat 14.
№ 20/26/5 - M. 1942 24/9
Weled Heer,
Naar aanleiding van Uw schrijven
dd. 17 dezer, deel ik U mede, dat het mij
niet mogelijk is persoonlijk van de markt-
plaats gebruik te maken, daar ik in dienst
van de Nederlandsche Regenkleedingfabriek
Rera, Reguliersdwarsstr. 108, voor de Wehr-
macht werk.
Graag zou ik echter toch
de marktplaats aanhouden, aangezien
de kans bestaat dat mijn man binnen
afzienbaren tijd weer vrij komt en
dan zelf op de markt aanwezig hoop
te zijn.
Uw berichten tegemoetzien,
verblijf ik inmiddels,
Hoogachtend,
M. Korper Soep
Valkenburgerstr. 57 II
[Linksonder een paraaf met de notatie: Gl. 30] De brief is een zakelijk verzoek aan de Amsterdamse marktautoriteiten tijdens de Duitse bezetting. De schrijfster, Marretje Korper-Soep, verzoekt om haar marktvergunning te mogen behouden, ook al kan ze deze momenteel niet persoonlijk benutten. De reden die zij opgeeft is tweeledig:
1. Zij werkt momenteel voor de firma 'Rera', een fabriek die regenkleding produceerde voor de Wehrmacht. Dit was in 1942 voor veel Joodse Amsterdammers een overlevingsstrategie om een 'Sperre' (vrijstelling van deportatie) te verkrijgen via de zogenaamde Rüstungsindustrie.
2. Zij spreekt de hoop uit dat haar echtgenoot "binnen afzienbare tijd weer vrij komt" om de kraam over te nemen. Dit wijst erop dat haar man op dat moment gedetineerd was of in een werkkamp verbleef.
De brief is geschreven in een formele, bijna onderdanige stijl, wat typerend was voor de communicatie tussen burgers en de bureaucratische instanties onder het nationaalsocialistische bewind. Dit document vormt een bittere illustratie van de Holocaust in Amsterdam. De Valkenburgerstraat, waar de afzendster woonde, was een centrale straat in de Joodse wijk. In september 1942 waren de grootschalige deportaties naar de kampen in het oosten al in volle gang.
Historische bronnen (Joods Monument) bevestigen de tragische afloop van dit verhaal: Marretje Korper-Soep werd kort na het verzenden van deze brief opgepakt. Zij werd op 5 oktober 1942 vermoord in Auschwitz, slechts elf dagen nadat dit schrijven door het Marktwezen werd afgestempeld. Haar hoop op de vrijlating van haar man en een terugkeer naar het normale leven op de markt bleek een ijdele hoop in een systeem dat gericht was op hun totale vernietiging. De brief toont hoe de bureaucratie van alledaagse zaken (zoals een marktplaats) simpelweg doorging terwijl de sjoah zich voltrok. M. Korper Marktwezen Wehrmacht
Samenvatting
De brief is een zakelijk verzoek aan de Amsterdamse marktautoriteiten tijdens de Duitse bezetting. De schrijfster, Marretje Korper-Soep, verzoekt om haar marktvergunning te mogen behouden, ook al kan ze deze momenteel niet persoonlijk benutten. De reden die zij opgeeft is tweeledig:
1. Zij werkt momenteel voor de firma 'Rera', een fabriek die regenkleding produceerde voor de Wehrmacht. Dit was in 1942 voor veel Joodse Amsterdammers een overlevingsstrategie om een 'Sperre' (vrijstelling van deportatie) te verkrijgen via de zogenaamde Rüstungsindustrie.
2. Zij spreekt de hoop uit dat haar echtgenoot "binnen afzienbare tijd weer vrij komt" om de kraam over te nemen. Dit wijst erop dat haar man op dat moment gedetineerd was of in een werkkamp verbleef.
De brief is geschreven in een formele, bijna onderdanige stijl, wat typerend was voor de communicatie tussen burgers en de bureaucratische instanties onder het nationaalsocialistische bewind.
Historische Context
Dit document vormt een bittere illustratie van de Holocaust in Amsterdam. De Valkenburgerstraat, waar de afzendster woonde, was een centrale straat in de Joodse wijk. In september 1942 waren de grootschalige deportaties naar de kampen in het oosten al in volle gang.
Historische bronnen (Joods Monument) bevestigen de tragische afloop van dit verhaal: Marretje Korper-Soep werd kort na het verzenden van deze brief opgepakt. Zij werd op 5 oktober 1942 vermoord in Auschwitz, slechts elf dagen nadat dit schrijven door het Marktwezen werd afgestempeld. Haar hoop op de vrijlating van haar man en een terugkeer naar het normale leven op de markt bleek een ijdele hoop in een systeem dat gericht was op hun totale vernietiging. De brief toont hoe de bureaucratie van alledaagse zaken (zoals een marktplaats) simpelweg doorging terwijl de sjoah zich voltrok.