Handgeschreven ambtelijke notitie / memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memo. 28 november 1942 (in de tekst) tot 12 december 1942 (laatste paraaf). Hr. Inspecteur
J.J. Edelbloed heeft t/m 28 Nov. 42.
aan de Bloemenmarkt een schuld staan van f 14,40
Mijns inziens is het beter om deze persoon
af te laten voeren, doch, indien hij later terug
komt en zijn schuld ineens wil voldoen hem
dan weder zijn plaats te verstrekken.
Wat hij thans schrijft lijkt mij
op een afbetalings magazijn waarbij nog komt
dat ik hem nooit ontmoet.
[Linksonder in afwijkend handschrift:]
afwijzen
Per omgaande marktgeld betalen, anders plaats intrekken.
4-12-42
deHaas [?]
22/8 12
[Rechtsonder:]
J.M. Dekker
schrijver
Acc.
JHD 12/12 42 De kern van dit document is een betalingsgeschil op de Bloemenmarkt. Een zekere J.J. Edelbloed heeft een achterstand in het staangeld van 14,40 gulden. De ambtenaar J.M. Dekker adviseert zijn superieur (de Inspecteur) om de man van de markt te verwijderen, maar laat de deur op een kier: als hij later alsnog het volledige bedrag betaalt, mag hij terugkomen.
Opvallend is de zinsnede "afbetalings magazijn". De schrijver lijkt de betalingsmoraal of het voorstel van Edelbloed te vergelijken met de kredietfaciliteiten van een winkel (magazijn), wat in een ambtelijke context van marktgelden als ongewenst wordt beschouwd. Ook het feit dat de handelaar onvindbaar is voor persoonlijk contact ("dat ik hem nooit ontmoet"), spreekt in zijn nadeel.
De uiteindelijke beslissing onderaan is resoluut: het verzoek of voorstel van de handelaar wordt afgewezen. Hij krijgt de opdracht direct ("per omgaande") te betalen, anders raakt hij zijn plek definitief kwijt. Het document dateert uit het najaar van 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en strikte bureaucratische controle. De handhaving van marktgelden was essentieel voor de gemeentelijke inkomsten.
Het bedrag van 14,40 gulden was in 1942 een aanzienlijke som, aangezien een gemiddeld weekloon voor een arbeider in die tijd tussen de 20 en 30 gulden lag. De harde toon in de kantlijn ("afwijzen", "plaats intrekken") is typerend voor de zakelijke, vaak strenge ambtelijke stijl uit die periode, waarin weinig ruimte was voor financiële laksheid. De Bloemenmarkt, die in Amsterdam al sinds de 19e eeuw een vaste waarde was, bleef ook tijdens de oorlogsjaren een belangrijke plek voor kleinschalige handel. J.J. Edelbloed J.M. Dekker