Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 291
Dossier 39
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

Dossier: 25/23/1

Origineel

Nº 25/23/1 M. 1942 12/6
A.C. Seymonsbergen — A'dam 10.6.1942.
Alb. Cuypstraat № 67

Directeur Marktwezen
Amsterdam.

WelEd. Heer,
Op mijn aanvraag
bij B. en W. om een vasten stand-
plaats op den Vyzelgracht, kreeg
ik ten antwoord, dat men in-
gevolge de nieuwe regeling
aan mijn verzoek niet
kan voldoen. Onlangs heb
ik een vasten standplaats
op de Alb. Cuypstr. gehad
doch waar ik met betaling
van het marktgeld in
gebreke ben gebleven om-
dat er geen aanvoer was
en ik dus niet verdiende,
heeft men mijn plaats
ingetrokken.
Inmiddels heb
[39] De brief is geschreven door A.C. Seymonsbergen, een marktkoopman die woonachtig is aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De kern van de brief is een uitleg over zijn precaire financiële situatie. De schrijver heeft getracht een nieuwe standplaats te bemachtigen op de Vijzelgracht nadat zijn eerdere plek op de Albert Cuypmarkt was ingetrokken. De reden voor die intrekking was een betalingsachterstand van het verschuldigde marktgeld. Seymonsbergen voert als verzachtende omstandigheid aan dat er "geen aanvoer" van goederen was, waardoor hij geen inkomsten kon genereren. De brief breekt onderaan de pagina af, maar de toon is die van een beleefd maar dringend verweer tegen de bureaucratische besluitvorming. Het document dateert van juni 1942, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "geen aanvoer" is een direct gevolg van de oorlogseconomie: door schaarste, vorderingen en distributiemaatregelen droogde de toevoer van handelswaar voor marktkooplieden op. De "nieuwe regeling" waarover gesproken wordt bij de afwijzing voor de Vijzelgracht, kan wijzen op de steeds strengere verordeningen van het bezettingsbestuur of de gemeente Amsterdam aangaande marktplaatsen. In deze periode werden markten ook sterk gereguleerd of verplaatst in het kader van anti-Joodse maatregelen, hoewel deze specifieke brief zich concentreert op de algemene economische nood. De Albert Cuypstraat, waar de afzender woonde en werkte, was (en is) het hart van de Amsterdamse markthandel. A.C. Seymonsbergen Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De brief is geschreven door A.C. Seymonsbergen, een marktkoopman die woonachtig is aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De kern van de brief is een uitleg over zijn precaire financiële situatie. De schrijver heeft getracht een nieuwe standplaats te bemachtigen op de Vijzelgracht nadat zijn eerdere plek op de Albert Cuypmarkt was ingetrokken. De reden voor die intrekking was een betalingsachterstand van het verschuldigde marktgeld. Seymonsbergen voert als verzachtende omstandigheid aan dat er "geen aanvoer" van goederen was, waardoor hij geen inkomsten kon genereren. De brief breekt onderaan de pagina af, maar de toon is die van een beleefd maar dringend verweer tegen de bureaucratische besluitvorming.

Historische Context

Het document dateert van juni 1942, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "geen aanvoer" is een direct gevolg van de oorlogseconomie: door schaarste, vorderingen en distributiemaatregelen droogde de toevoer van handelswaar voor marktkooplieden op. De "nieuwe regeling" waarover gesproken wordt bij de afwijzing voor de Vijzelgracht, kan wijzen op de steeds strengere verordeningen van het bezettingsbestuur of de gemeente Amsterdam aangaande marktplaatsen. In deze periode werden markten ook sterk gereguleerd of verplaatst in het kader van anti-Joodse maatregelen, hoewel deze specifieke brief zich concentreert op de algemene economische nood. De Albert Cuypstraat, waar de afzender woonde en werkte, was (en is) het hart van de Amsterdamse markthandel.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6