Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief. 27 juni 1942. Onbekend, ondertekend met initialen (mogelijk 'GD'). [Rode inkt, linksboven:] Het document is een zakelijke, ambtelijke afwijzing van een verzoek. De heer A.C. Seymonsbergen had blijkbaar een verzoek ingediend (gedateerd op 10 juli van het voorgaande jaar, 1941) om zijn voormalige standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam opnieuw in gebruik te mogen nemen.
De tekst bevat diverse redactionele wijzigingen die typerend zijn voor een concept:
* Boven de regel is "aan" toegevoegd om de zinsbouw te corrigeren naar "aan het... verzoek".
* Het woord "om" is boven de regel ingevoegd voor een betere loper.
* De oorspronkelijke slotformulering "in aanmerking kan komen" is doorgehaald en vervangen door de directere afwijzing "kan worden voldaan".
De toon is kortaf en formeel, wat past bij de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen in die tijd. De datum (27 juni 1942) en de locatie (Albert Cuypmarkt) zijn historisch zeer significant. We bevinden ons midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In 1941 en 1942 voerden de bezettingsautoriteiten steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. De Albert Cuypmarkt, gelegen in de Amsterdamse Pijp, had van oudsher veel Joodse kooplieden. Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan en werden zij geweerd van de reguliere markten.
De achternaam Seymonsbergen is een bekende Joods-Amsterdamse naam. De afwijzing van zijn verzoek om zijn "oude plaats" in te nemen, is vrijwel zeker een direct gevolg van de uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven. Slechts enkele dagen na de datum van dit briefje, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen. Dit document vormt daarmee een papieren getuige van de bureaucratische kant van de Jodenvervolging in Amsterdam. A.C. Seymonsbergen