Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 361
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (klaagschrift/verklikking).

Origineel

Handgeschreven brief (klaagschrift/verklikking). 2
cents hooger en die man bakt deze vis
en verkoopt ze aan de winkels en Hotels tegen
hoogen prijzen dus wij krijgen daar niets van
dat is toch schandelyk. Wij moeten uuren
in de rij staan om een pond aal of zoet-
watervisch te krijgen. En als ze dan met hun
kar of Bakfiets aan de markt komen
en ze hebben 40 of meer pond op hun toewysing
of toegift gekregen. dan brengen ze 20 pond
aal of zoetwatervisch aan de markt en de
anderen 20 pond of meer word dan onder weg
of verkocht of weg gestopt. om ze dan
tegen 2 gulden een pond te verkoopen in
de Zwarte handel. Ja Heer Directeur
vóór ik deze brief aan u schrijf heb ik wel
goed alles uitgezocht en nagegaan want
ik heb de tijd aan mijn eigen. Want mijn
vrouw zegt vóór je begint te schrijven moet je
alles eerst goed weten. Nu wil ik u nog
enkelen namen noemen van de vis verkoopers
die hun vis clandestien in het koffiehuis
verkoopen dat zijn de vischverkoopers hun
namen:
C. Bonnier
M. Bonnier
Willem Violingen - van Joling
Jan Westerhoff Jan Westhoff
Cornelis Persoon Verkoopt ook aan Jooden
Gebr. Ekkelenboom
G.K. Goossen } Boeske Vader en zoonen
J.K. Klok } De brief is een felle aanklacht tegen lokale visverkopers die zich schuldig zouden maken aan prijsopdrijving en illegale handel. De schrijver uit zijn frustratie over de schaarste: terwijl de gewone burger uren in de rij moet staan voor een klein rantsoen, sluizen de handelaren grote hoeveelheden vis door naar de zwarte handel.

Opvallende elementen in de tekst:
* Zwarte handel: Er wordt gesproken over prijzen van 2 gulden per pond, wat in die tijd aanzienlijk boven de vastgestelde prijzen lag.
* Modus operandi: De verkopers zouden slechts de helft van hun toegewezen voorraad naar de officiële markt brengen en de rest "onderweg" verkopen of verstoppen.
* Locatie van handel: Het "koffiehuis" wordt genoemd als plek voor clandestiene verkoop.
* Verificatie: De schrijver benadrukt dat hij (op aanraden van zijn vrouw) eerst onderzoek heeft gedaan voordat hij deze beschuldigingen op papier zette, om zijn geloofwaardigheid te vergroten. Dit document is een schoolvoorbeeld van een verklikkingsbrief uit de bezettingsjaren (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland grote schaarste aan voedsel en brandstof, wat leidde tot een streng distributiesysteem. De "Heer Directeur" waaraan de brief is gericht, was waarschijnlijk het hoofd van de plaatselijke Distributiedienst of de Marktmeester.

De vermelding bij Cornelis Persoon dat hij "ook aan Jooden" verkoopt, is zeer significant. In de context van de Duitse bezetting werd het drijven van handel met Joden vaak gecriminaliseerd of als moreel verwerpelijk gepresenteerd aan de autoriteiten. Het was een manier om de beschuldiging extra gewicht te geven in de ogen van de (pro-Duitse) instanties. Dergelijke brieven werden vaak gedreven door een mengeling van oprecht rechtvaardigheidsgevoel over eerlijke voedselverdeling en persoonlijke afgunst of antisemitisme. C. Bonnier G.K. Goossen J.K. Klok M. Bonnier

Samenvatting

De brief is een felle aanklacht tegen lokale visverkopers die zich schuldig zouden maken aan prijsopdrijving en illegale handel. De schrijver uit zijn frustratie over de schaarste: terwijl de gewone burger uren in de rij moet staan voor een klein rantsoen, sluizen de handelaren grote hoeveelheden vis door naar de zwarte handel.

Opvallende elementen in de tekst:
* Zwarte handel: Er wordt gesproken over prijzen van 2 gulden per pond, wat in die tijd aanzienlijk boven de vastgestelde prijzen lag.
* Modus operandi: De verkopers zouden slechts de helft van hun toegewezen voorraad naar de officiële markt brengen en de rest "onderweg" verkopen of verstoppen.
* Locatie van handel: Het "koffiehuis" wordt genoemd als plek voor clandestiene verkoop.
* Verificatie: De schrijver benadrukt dat hij (op aanraden van zijn vrouw) eerst onderzoek heeft gedaan voordat hij deze beschuldigingen op papier zette, om zijn geloofwaardigheid te vergroten.

Historische Context

Dit document is een schoolvoorbeeld van een verklikkingsbrief uit de bezettingsjaren (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland grote schaarste aan voedsel en brandstof, wat leidde tot een streng distributiesysteem. De "Heer Directeur" waaraan de brief is gericht, was waarschijnlijk het hoofd van de plaatselijke Distributiedienst of de Marktmeester.

De vermelding bij Cornelis Persoon dat hij "ook aan Jooden" verkoopt, is zeer significant. In de context van de Duitse bezetting werd het drijven van handel met Joden vaak gecriminaliseerd of als moreel verwerpelijk gepresenteerd aan de autoriteiten. Het was een manier om de beschuldiging extra gewicht te geven in de ogen van de (pro-Duitse) instanties. Dergelijke brieven werden vaak gedreven door een mengeling van oprecht rechtvaardigheidsgevoel over eerlijke voedselverdeling en persoonlijke afgunst of antisemitisme.

Genoemde Personen 4

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Huishoudelijk: Brandstof Kruidenier (Droog): Koffie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vis & Zee: Zoetwatervis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6