Officiële brief/oproeping van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/oproeping van de gemeente Amsterdam. 6 november 1941. Marktwezen Amsterdam (ondertekend door C.F. Sixma, waarnemend directeur). M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M .
Amsterdam, 6 November 1941.
Aan den Heer / Mevrouw [leeg]
AMSTERDAM ( ).
Hiermede bericht ik U, dat voor de markt aan de Gaaspstraat de definitieve indeeling der plaatsen zal geschieden op Maandag 10 November a.s.
U wordt verzocht om [leeg] uur vm/nm aan bovengenoemde markt te verschijnen. Indien U aan deze oproeping geen gevolg geeft, zal worden aangenomen, dat U niet voor een vaste plaats in aanmerking wenst te komen.
De Directeur,
C.F.Sixma, wnd.
N.B.
Pasfoto's van beide echtgenooten (van ieder één exemplaar) medebrengen. Op achterzijde van de foto's vermelden: naam, geboortedatum en adres. * Administratieve dwang: De brief heeft een formeel en dwingend karakter. Het niet verschijnen op de afspraak heeft direct tot gevolg dat men het recht op een vaste marktplaats verliest.
* Identificatie: Een opvallend detail is de eis in de N.B. (nota bene) om pasfoto's van beide echtgenoten mee te nemen, voorzien van persoonlijke gegevens op de achterzijde. Dit wijst op een verscherpte registratie en controle van de marktkooplieden en hun gezinnen door de autoriteiten.
* Tijdsbeeld: Het document is getypt op een typemachine, met open ruimtes (stippellijnen) die met de hand of in een tweede ronde ingevuld konden worden voor specifieke ontvangers. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locatie die genoemd wordt, de Gaaspstraat, is historisch zeer significant.
In het najaar van 1941 voerden de nazi-bezetters steeds meer antisemitische maatregelen in om Joodse burgers te isoleren. Een van die maatregelen was het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan. In plaats daarvan werden er specifieke "Joodse markten" ingesteld, waar alleen Joodse kooplieden mochten staan en alleen Joods publiek mocht komen. De markt aan de Gaaspstraat was een van deze aangewezen locaties in Amsterdam (geopend op 3 november 1941).
Deze brief is dus een direct bewijs van de administratieve uitvoering van de segregatie van Joodse Amsterdammers. De eis voor pasfoto's van beide echtgenoten paste in het bredere beleid van de bezetter om de Joodse bevolking nauwgezet in kaart te brengen voor verdere vervolging en deportatie.