Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 15
Dossier 21
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

3 augustus 1942 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 4/8"). Van: De Directeur, wnd. (waarnemend directeur, vermoedelijk van de Markthallen of de Dienst van het Marktwezen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

3 augustus 1942 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 4/8"). De Directeur, wnd. (waarnemend directeur, vermoedelijk van de Markthallen of de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). (Handgeschreven: Verzonden 4/8) VD/HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

28/5/2 M. 1. 3 Augustus 1942.

Rapport van markt-
ambtenaar over ge-
dragingen van een
Agent van Politie.

In bijlage dezes heb ik de eer U over te leggen een rap-
port van den marktambtenaar De Wolff, dienstdoende op de Linden-
gracht, d.d. 30 Juli j.l.. Ik moge U beleefd verzoeken te willen
bevorderen, dat een en ander onder de aandacht wordt gebracht van
den Hoofdcommissaris van Politie.
Voor de goede orde bericht ik U, dat ik De Wolff opnieuw
heb opgedragen, er voor te zorgen, dat de visch uitsluitend wordt
verkocht aan het publiek, dat zich daartoe in een rij heeft opge-
steld en dat verkoop op andere wijze, dus ook aan ambtenaren van
Politie en dergelijke, niet is toegestaan.

De Directeur,
wnd. Deze brief is een formeel ambtelijk schrijven waarin een misstand op de markt aan de kaak wordt gesteld. De kern van de zaak is dat een politieagent blijkbaar heeft geprobeerd de wachtrij te omzeilen of een voorkeursbehandeling te krijgen bij de aankoop van vis.

De waarnemend directeur rapporteert dit aan de Wethouder voor de Levensmiddelen en verzoekt hem dit door te geleiden naar de Hoofdcommissaris van Politie. De directeur benadrukt dat hij zijn marktambtenaar (De Wolff) strikte instructies heeft gegeven: vis mag alleen verkocht worden aan mensen die netjes in de rij staan. Het document onderstreept expliciet dat politieambtenaren geen uitzonderingspositie hebben ("dus ook aan ambtenaren van Politie en dergelijke, niet is toegestaan"). De toon is zakelijk en correct, maar de boodschap is een duidelijke terechtwijzing richting het politieapparaat. Het document dateert van augustus 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselschaarste nam in deze periode toe en de distributie van levensmiddelen was strak gereguleerd via een bonnensysteem.

Op populaire markten, zoals die op de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan, stonden vaak lange rijen voor schaarse producten zoals vis. Voorrang nemen of corruptie door gezagsdragers was een zeer gevoelig punt; het ondermijnde het moreel van de burgerbevolking die uren in de rij moest staan voor hun dagelijkse behoeften. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam had in deze jaren de loodzware taak om de voedselvoorziening in de stad zo eerlijk mogelijk te laten verlopen onder de knoet van de bezetter. Dit document toont aan dat er op lokaal niveau scherp werd toegezien op het handhaven van de regels, zelfs als dat betekende dat men de politie moest corrigeren.

Samenvatting

Deze brief is een formeel ambtelijk schrijven waarin een misstand op de markt aan de kaak wordt gesteld. De kern van de zaak is dat een politieagent blijkbaar heeft geprobeerd de wachtrij te omzeilen of een voorkeursbehandeling te krijgen bij de aankoop van vis.

De waarnemend directeur rapporteert dit aan de Wethouder voor de Levensmiddelen en verzoekt hem dit door te geleiden naar de Hoofdcommissaris van Politie. De directeur benadrukt dat hij zijn marktambtenaar (De Wolff) strikte instructies heeft gegeven: vis mag alleen verkocht worden aan mensen die netjes in de rij staan. Het document onderstreept expliciet dat politieambtenaren geen uitzonderingspositie hebben ("dus ook aan ambtenaren van Politie en dergelijke, niet is toegestaan"). De toon is zakelijk en correct, maar de boodschap is een duidelijke terechtwijzing richting het politieapparaat.

Historische Context

Het document dateert van augustus 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselschaarste nam in deze periode toe en de distributie van levensmiddelen was strak gereguleerd via een bonnensysteem.

Op populaire markten, zoals die op de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan, stonden vaak lange rijen voor schaarse producten zoals vis. Voorrang nemen of corruptie door gezagsdragers was een zeer gevoelig punt; het ondermijnde het moreel van de burgerbevolking die uren in de rij moest staan voor hun dagelijkse behoeften. De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam had in deze jaren de loodzware taak om de voedselvoorziening in de stad zo eerlijk mogelijk te laten verlopen onder de knoet van de bezetter. Dit document toont aan dat er op lokaal niveau scherp werd toegezien op het handhaven van de regels, zelfs als dat betekende dat men de politie moest corrigeren.

Locaties

Lindengracht (Amsterdam).

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6