Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 37
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief/verzoekschrift aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam).

14 tot 19 oktober 1942. Van: Willem Christiaan Schep.

Origineel

Brief/verzoekschrift aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). 14 tot 19 oktober 1942. Willem Christiaan Schep. (Linkerkolom)

Ik kwam mijn kaart vernieuwen
en kreeg hem meteen niet meer terug.
Ik ben toe bij Meneer ter Haar geweest
en alles vertelt en daar ik ook
vaste menschen heeft om te bedienen
vragen die mijn als waar ik met
mijn groenten blijf. Ik heb mijn
meteen opnieuw op laten schrijven
voor een vaste plaats. maar dat
duurt zoolang. Nu wou ik U vragen
of ik niet mijn kaart terug kon
krijgen want dan kan ik een
lossenplaats op de Lindegracht
innemen want er zijn losse
plaatsen genoeg. Ik hoop dat U
het met mijn eens bent. Ik wil
mijn schuld in eenen betalen.
Ik betaal belasting en ben
kostwinner voor mijn Moeder.
Ik hoop van U dat ik zoo
gauw mogelijk antwoord ontvang
en dat ik mijn koperskaart weer
in ontvangst mag nemen daar
de schuld niet aan mijn heeft

(Rechterkolom)

gelegen. Ik hoop gaarne dat U
het met mijn eens ben. Anders
staan ik broodeloos. A.U.B.
Mijn naam is.
Willem Christiaan Schep.
3de Egelantiersdwarsstraat 10 I Centrum
Amsterdam.
Ik heeft ook een Erkenningkaart.
in afwachting.

(Ambtelijke aantekeningen in de kantlijn/onderaan)

pl. 178 op Lindengracht ten
name van W.C. Schep werd
11 Mei j.l. wegens wanbetaling
afgevoerd met f 5,40 schuld.
Ten gevolge hiervan is blijkbaar
zijn toegangskaart voor de C.M.
ingetrokken. v. 17/10’42

(Aantekeningen in potlood/ander handschrift)

Afwachten
Indien beslissing
in gunstigen zin
wordt voor de verkoop
kan Schep een plaats krijgen
afgedaan 14-10-’42 [paraaf]
vaste plaats toe-
gewezen 19-10-’42
[paraaf] Het document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische realiteit voor kleine zelfstandigen tijdens de bezettingsjaren. Willem Christiaan Schep, een groenteman uit de Jordaan, is zijn 'koperskaart' (vergunning om in te kopen op de Centrale Markt) kwijtgeraakt door een schuld van slechts 5,40 gulden.

Zijn schrijfstijl is eenvoudig en fonetisch ("mijn" in plaats van "mij", "ik heeft"), wat wijst op een bescheiden sociaal-economische achtergrond. Hij benadrukt zijn verantwoordelijkheid als kostwinner voor zijn moeder en zijn bereidheid om de schuld direct te vereffenen om te voorkomen dat hij "broodeloos" wordt.

De administratieve afhandeling onderaan de brief laat zien dat de molens van de gemeente Amsterdam weliswaar strikt waren (afgevoerd wegens wanbetaling in mei), maar in dit geval ook relatief snel handelden na zijn bezwaarschrift. Binnen enkele dagen na zijn verzoek werd er positief beslist. De brief dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de voedselsituatie precair en waren marktkooplieden essentieel voor de distributie. De genoemde "C.M." staat voor de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De Lindengracht was indertijd een belangrijke marktlocatie in de Jordaan.

Het feit dat Schep spreekt over een "Erkenningkaart" suggereert dat hij voldeed aan de beroepseisen die destijds (vaak onder toezicht van de bezetter) strenger werden gereguleerd. Ondanks de oorlogstijd lijkt de gemeentelijke bureaucreatie hier haar normale gang te gaan wat betreft marktzaken, waarbij een kleine schuld direct tot uitsluiting van de handel kon leiden.

Samenvatting

Het document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische realiteit voor kleine zelfstandigen tijdens de bezettingsjaren. Willem Christiaan Schep, een groenteman uit de Jordaan, is zijn 'koperskaart' (vergunning om in te kopen op de Centrale Markt) kwijtgeraakt door een schuld van slechts 5,40 gulden.

Zijn schrijfstijl is eenvoudig en fonetisch ("mijn" in plaats van "mij", "ik heeft"), wat wijst op een bescheiden sociaal-economische achtergrond. Hij benadrukt zijn verantwoordelijkheid als kostwinner voor zijn moeder en zijn bereidheid om de schuld direct te vereffenen om te voorkomen dat hij "broodeloos" wordt.

De administratieve afhandeling onderaan de brief laat zien dat de molens van de gemeente Amsterdam weliswaar strikt waren (afgevoerd wegens wanbetaling in mei), maar in dit geval ook relatief snel handelden na zijn bezwaarschrift. Binnen enkele dagen na zijn verzoek werd er positief beslist.

Historische Context

De brief dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de voedselsituatie precair en waren marktkooplieden essentieel voor de distributie. De genoemde "C.M." staat voor de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De Lindengracht was indertijd een belangrijke marktlocatie in de Jordaan.

Het feit dat Schep spreekt over een "Erkenningkaart" suggereert dat hij voldeed aan de beroepseisen die destijds (vaak onder toezicht van de bezetter) strenger werden gereguleerd. Ondanks de oorlogstijd lijkt de gemeentelijke bureaucreatie hier haar normale gang te gaan wat betreft marktzaken, waarbij een kleine schuld direct tot uitsluiting van de handel kon leiden.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6