Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 24 maart 1942. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14 (West). den Heer J. Keesje, Zevenhuizerlaan L 58, HEILOO. A.Z. Model No. 8a-5000-6-'40-1070
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West) HG.
Telefoon 85151 Aan: den Heer J.Keesje,
Zevenhuizerlaan L 58,
H E I L O O.
Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden
No: 30/15/2 M. Bijlagen: Datum: 24 Maart 1942.
Onderwerp:
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 6 Maart jl. verleen ik U hierbij gedurende twee maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting Uw plaats op de markt Waterlooplein te bezetten, mits U er voor zorgt omgaand een doktersverklaring in te zenden.
Tevens dient U er voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur,
[paraaf 'd'] [handtekening] In deze brief verleent de directeur van het Amsterdamse Marktwezen een tijdelijk uitstel (twee maanden) aan de heer J. Keesje voor het bezetten van zijn marktplaats op het Waterlooplein. De reden hiervoor is waarschijnlijk medisch, aangezien er expliciet wordt gevraagd om een "doktersverklaring".
Er worden twee strikte voorwaarden gesteld aan dit uitstel:
1. Het onmiddellijk opsturen van de medische verklaring.
2. Het wekelijks blijven betalen van het verschuldigde marktgeld aan de ambtenaar ter plaatse, ondanks de afwezigheid van de koopman. De brief is gedateerd op 24 maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was van oudsher een centrum voor de Joodse handel in Amsterdam. Vanaf 1941 stelden de nazi's specifieke "Joodse markten" in en werd het voor Joodse handelaren steeds moeilijker om hun beroep uit te oefenen.
Hoewel de brief zelf een puur administratieve en zakelijke toon voert, vond dit plaats in een periode van toenemende restricties voor marktkooplieden. De strikte eis dat het marktgeld doorbetaald moest worden, zelfs bij ziekte, getuigt van de rigide bureaucreatie van die tijd. De ontvanger, de heer Keesje, woonde in Heiloo, wat suggereert dat hij voor zijn handel op het Waterlooplein naar Amsterdam reisde of daar een vaste standplaats aanhield.