Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 161
Dossier 83
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/archiefkopie).

14 april 1942. Van: De Directeur (van een niet nader genoemde overheidsdienst, waarschijnlijk verbonden aan economische zaken of vreemdelingenzaken).

Origineel

Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 14 april 1942. De Directeur (van een niet nader genoemde overheidsdienst, waarschijnlijk verbonden aan economische zaken of vreemdelingenzaken). [Handgeschreven: verzonden 14/4]

VD/HG.

den Heer J.M.v.Minnen,
Gelderschekade 9 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.

30/16/4 M. 14 April 1942.

Naar aanleiding van Uw brieven d.d. 5, 10, 12 en 30 Maart
jl. bericht ik U, dat U aan het Rijkstextielbureau kunt verzoeken
om de onderhavige vergunningen der door U genoemde Chineesche koop-
lieden te doen overschrijven van V op M. U kunt hierbij mededeelen,
dat mijn Dienst bereid is om aan genoemd bureau alle ter zake die-
nende inlichtingen te verstrekken.

De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een reeks verzoeken (vier brieven in de maand maart) van de heer J.M. van Minnen. Van Minnen trad waarschijnlijk op als gemachtigde of adviseur voor een groep Chinese kooplieden in Amsterdam.

De kern van de brief is de instructie om bij het Rijkstextielbureau te verzoeken om vergunningen te laten overschrijven "van V op M". Hoewel de exacte betekenis van deze codes zonder verdere dossiercontext niet met 100% zekerheid te zeggen is, duidt dit in de bureaucratische taal van die tijd vaak op een wijziging in status of categorie van een handelsvergunning (bijvoorbeeld van een voorlopige naar een meer permanente status, of een verschuiving in het type textielwaren dat verhandeld mocht worden).

De toon is zakelijk en procedureel. De schrijver geeft aan dat zijn "Dienst" bereid is om de nodige achtergrondinformatie te verschaffen aan het Rijkstextielbureau om de procedure te faciliteren. De brief dateert van april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie strak gereguleerd.
* Rijkstextielbureau: Dit was een van de 'Rijksbureaus' die door de bezetter waren ingesteld (onder het Departement van Economische Zaken) om de schaarste aan grondstoffen te beheren. Zonder vergunning van zo'n bureau was handel of productie nagenoeg onmogelijk.
* Chinese gemeenschap: De Gelderschekade was (en is) het hart van de Amsterdamse Chinatown. Veel Chinezen in Amsterdam waren destijds werkzaam in de scheepvaart of dreven kleine handelszaken en restaurants. De bezettingsjaren waren voor hen extra moeilijk vanwege de strenge distributieregels en hun status als 'vreemdeling'.
* Bureaucratie: Het document illustreert hoe de Nederlandse bureaucratie onder Duitse controle bleef functioneren, waarbij zelfs voor specifieke groepen zoals Chinese kooplieden de officiële kanalen voor vergunningen nauwgezet gevolgd moesten worden. De heer Van Minnen fungeerde hierbij als de noodzakelijke schakel tussen de minder Nederlands-sprekende ondernemers en de stroperige overheidsinstanties.

Samenvatting

De brief is een formeel antwoord op een reeks verzoeken (vier brieven in de maand maart) van de heer J.M. van Minnen. Van Minnen trad waarschijnlijk op als gemachtigde of adviseur voor een groep Chinese kooplieden in Amsterdam.

De kern van de brief is de instructie om bij het Rijkstextielbureau te verzoeken om vergunningen te laten overschrijven "van V op M". Hoewel de exacte betekenis van deze codes zonder verdere dossiercontext niet met 100% zekerheid te zeggen is, duidt dit in de bureaucratische taal van die tijd vaak op een wijziging in status of categorie van een handelsvergunning (bijvoorbeeld van een voorlopige naar een meer permanente status, of een verschuiving in het type textielwaren dat verhandeld mocht worden).

De toon is zakelijk en procedureel. De schrijver geeft aan dat zijn "Dienst" bereid is om de nodige achtergrondinformatie te verschaffen aan het Rijkstextielbureau om de procedure te faciliteren.

Historische Context

De brief dateert van april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie strak gereguleerd.
* Rijkstextielbureau: Dit was een van de 'Rijksbureaus' die door de bezetter waren ingesteld (onder het Departement van Economische Zaken) om de schaarste aan grondstoffen te beheren. Zonder vergunning van zo'n bureau was handel of productie nagenoeg onmogelijk.
* Chinese gemeenschap: De Gelderschekade was (en is) het hart van de Amsterdamse Chinatown. Veel Chinezen in Amsterdam waren destijds werkzaam in de scheepvaart of dreven kleine handelszaken en restaurants. De bezettingsjaren waren voor hen extra moeilijk vanwege de strenge distributieregels en hun status als 'vreemdeling'.
* Bureaucratie: Het document illustreert hoe de Nederlandse bureaucratie onder Duitse controle bleef functioneren, waarbij zelfs voor specifieke groepen zoals Chinese kooplieden de officiële kanalen voor vergunningen nauwgezet gevolgd moesten worden. De heer Van Minnen fungeerde hierbij als de noodzakelijke schakel tussen de minder Nederlands-sprekende ondernemers en de stroperige overheidsinstanties.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6