Archiefdocument
Origineel
26 april 1942 B. Koort A.dam 26 April - 42.
Wel Edele Heer Directeur.
Door deze deel ik u mede, dat
ik door ziekte mijner vrouw
niet instaat ben de markt op
het Waterlo pl. tijdelijk te
bezoeken.
Ingesloten is hierbij
tevens een dokters verklaring.
Met verschuldigde Eerbied
teken ik Hoogachtend.
B. Koort
Raamgracht 12^I A.dam (Centrum) De brief is een formele kennisgeving van verhindering. De afzender, B. Koort, informeert de directeur van de markt (vermoedelijk de Dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam) dat hij tijdelijk niet op zijn standplaats op het Waterlooplein aanwezig kan zijn. De opgegeven reden is de ziekte van zijn echtgenote. Ter staving van dit bericht meldt de afzender dat er een doktersverklaring is bijgevoegd.
Het handschrift is een vlot, Geoefend cursief uit de eerste helft van de 20e eeuw. De stempels bovenin de brief wijzen op de officiële afhandeling door de ontvangende instantie, waarbij de brief op 28 april 1942 in het archief is opgenomen. Het document stamt uit de tijd van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie van de markt, het Waterlooplein, was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Voor Joodse marktkooplieden was het strikt naleven van de regels voor standplaatsen van vitaal belang om hun karige bron van inkomsten te behouden, zeker in een tijd waarin hun bewegingsvrijheid en rechten steeds verder werden ingeperkt door de nazi-bezetter.
De afzender is Barend Koort (1888-1943), een Joodse koopman die ten tijde van schrijven met zijn gezin op de Raamgracht woonde. Dergelijke brieven zijn vaak terug te vinden in de archieven van de Gemeentelijke Marktinspectie. Tragisch genoeg is de context van deze brief ook getekend door de naderende Sjoa; Barend Koort en zijn vrouw Judith Koort-Frankfort zouden later in de oorlog in de vernietigingskampen worden vermoord. B. Koort Gemeente Amsterdam Marktwezen