Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 204
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

26 mei 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam).

Origineel

26 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 27/5
[Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
[Getypt, rechtsboven:] HB,
[Getypt, adres:] den heer J. Schuitevoerder,
Uilenburgerstraat 72 II,
Amsterdam-C.
Wijk 2.

[Getypt, links:] 30/29/2 M.
[Getypt, rechts:] 26 Mei 1942.

[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw brief, ingekomen op 7 Mei j.l., verleen ik U hierbij tot 1 Juni a.s. uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Waterlooplein te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het, ook tijdens Uw afwezigheid, verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

[Getypt, rechtsonder:] De Directeur, Dit document is een zakelijke mededeling aan de heer Jacob Schuitevoerder. Hij krijgt officieel toestemming om zijn vaste plek op de markt van het Waterlooplein tijdelijk (tot 1 juni 1942) niet te bemannen. Er wordt echter strikt op toegezien dat de financiële verplichtingen worden nagekomen: de marktgelden moeten wekelijks worden voldaan, ook als hij er niet is.

Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de gemeente Amsterdam het marktwezen beheerde, zelfs onder de uitzonderlijke omstandigheden van de Duitse bezetting. Het toont aan dat de normale administratieve gang van zaken werd gehandhaafd ten aanzien van Joodse burgers, terwijl hun bewegingsvrijheid en rechten elders systematisch werden ingeperkt. De historische context van dit korte briefje is aangrijpend. Mei 1942 was een kritieke periode voor de Joodse bevolking van Amsterdam. Vanaf 1941 was het Waterlooplein aangewezen als een van de weinige plekken waar Joden nog mochten handelen (een zogenaamde 'Joodse markt'). De geadresseerde, Jacob Schuitevoerder (1904-1942), was een Joodse koopman die met zijn gezin in de Uilenburgerstraat woonde, midden in de Joodse wijk.

Slechts enkele maanden na het versturen van deze brief, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam. Uit gegevens van het Joods Monument blijkt dat Jacob Schuitevoerder, zijn echtgenote en hun drie jonge kinderen op 10 september 1942 zijn vermoord in Auschwitz. Dit document is daarmee een tastbaar en wrang bewijs van een dagelijkse realiteit — de zorg om een marktplaats en marktgeld — die zeer kort daarna op gewelddadige wijze zou eindigen.

Samenvatting

Dit document is een zakelijke mededeling aan de heer Jacob Schuitevoerder. Hij krijgt officieel toestemming om zijn vaste plek op de markt van het Waterlooplein tijdelijk (tot 1 juni 1942) niet te bemannen. Er wordt echter strikt op toegezien dat de financiële verplichtingen worden nagekomen: de marktgelden moeten wekelijks worden voldaan, ook als hij er niet is.

Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de gemeente Amsterdam het marktwezen beheerde, zelfs onder de uitzonderlijke omstandigheden van de Duitse bezetting. Het toont aan dat de normale administratieve gang van zaken werd gehandhaafd ten aanzien van Joodse burgers, terwijl hun bewegingsvrijheid en rechten elders systematisch werden ingeperkt.

Historische Context

De historische context van dit korte briefje is aangrijpend. Mei 1942 was een kritieke periode voor de Joodse bevolking van Amsterdam. Vanaf 1941 was het Waterlooplein aangewezen als een van de weinige plekken waar Joden nog mochten handelen (een zogenaamde 'Joodse markt'). De geadresseerde, Jacob Schuitevoerder (1904-1942), was een Joodse koopman die met zijn gezin in de Uilenburgerstraat woonde, midden in de Joodse wijk.

Slechts enkele maanden na het versturen van deze brief, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam. Uit gegevens van het Joods Monument blijkt dat Jacob Schuitevoerder, zijn echtgenote en hun drie jonge kinderen op 10 september 1942 zijn vermoord in Auschwitz. Dit document is daarmee een tastbaar en wrang bewijs van een dagelijkse realiteit — de zorg om een marktplaats en marktgeld — die zeer kort daarna op gewelddadige wijze zou eindigen.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6